Citaat | Raad van State 12 april 2017

Alinea 38 Raad van State 12 april 2017

Een alinea uit Raad van State 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:994.

5.4. Ter zitting bij de Afdeling heeft [appellant] er voorts op gewezen dat het college de standplaatsvergunning ten onrechte voor onbepaalde tijd heeft verleend. Het college heeft vervolgens toegelicht dat standplaatsvergunningen altijd voor onbepaalde tijd worden verleend en dat in dit geval niet is overwogen de vergunning tijdelijk aan [partij] te verlenen. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2016 en de onder 5.3 vermelde in het Nederlands recht geldende rechtsnorm, kan het bestuur schaarse vergunningen in beginsel niet voor onbepaalde tijd verlenen. Deze eis vloeit voort uit het materiële gelijkheidsbeginsel en voorkomt dat de ‘uitverkoren’ vergunninghouder onevenredig wordt bevoordeeld. Bij schaarse vergunningen voor een economische activiteit zijn afwijkingen van deze eis niet goed denkbaar. Bij andere schaarse vergunningen kan onder omstandigheden afwijking hiervan worden gerechtvaardigd door het beginsel van rechtszekerheid. Het college heeft niet overwogen de standplaatsvergunning voor bepaalde tijd aan [partij] te verlenen en evenmin omstandigheden genoemd op grond waarvan de standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd aan [partij] zou moeten worden verleend. [appellant] heeft derhalve terecht betoogd dat het college ten onrechte de aan [partij] verleende standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd heeft verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab2b71e1d51edc1d8d1484d7a417cdd227973a276bc5c844100f796f7a0fe2b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab2b71e1d51edc1d8d1484d7a417cdd227973a276bc5c844100f796f7a0fe2b8, en de alinea staat in dat document op bytes 19069 tot 20453.