Citaat | Raad van State 4 januari 2018

Onder 5.5. Raad van State 4 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 4 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1.

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 5 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3231, overwogen dat de vraag wanneer zich een uitzonderlijke situatie voordoet door het Hof van Justitie beantwoord is in het arrest van 17 februari 2009, Elgafaji, punt 43; ECLI:EU:C:2009:94. De vraag of zich, in dit geval in Libië, een dergelijke uitzonderlijke situatie voordoet, vergt volgens de Afdeling geen nadere uitleg door het Hof van het Unierecht, maar gaat uitsluitend over de beoordeling van een feitelijke situatie, die is voorbehouden aan de lidstaten (zie voormeld arrest van 17 februari 2009, punt 43 en onder meer het arrest van het Hof van 30 maart 2006, Servizi Ausiliari Dottori Commercialisti, punt 69; ECLI:EU:C:2006:208).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea44cf7bfe6404b18e4b0c5496c6f922594818fcb16d793f13c94e6456e0c05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea44cf7bfe6404b18e4b0c5496c6f922594818fcb16d793f13c94e6456e0c05, en de alinea staat in dat document op bytes 16850 tot 17584.