Citaat | Raad van State 4 april 2018

Alinea 32 Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1106.

2.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3916), worden bij de beslissing over de intrekking van een omgevingsvergunning voor bouwen alle in aanmerking te nemen belangen betrokken en tegen elkaar afgewogen. Daartoe behoren naast de door het bestuursorgaan gestelde belangen, waaronder het realiseren van gewijzigde planologische inzichten, ook de (financiële) belangen van vergunninghouder. Daarbij mag in aanmerking worden genomen of het niet tijdig gebruik maken van de vergunning aan vergunninghouder is toe te rekenen. De enkele omstandigheid dat de houder van een bouwvergunning niet aannemelijk weet te maken dat hij deze alsnog binnen korte termijn zal benutten, is voldoende om de intrekking van een ongebruikte bouwvergunning te rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e46abbbaa6e4ea6165f06568f6af1ceb4588378af3d3a82cda2c90b7edd870f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e46abbbaa6e4ea6165f06568f6af1ceb4588378af3d3a82cda2c90b7edd870f, en de alinea staat in dat document op bytes 14373 tot 15217.