Citaat | Raad van State 4 april 2018
Alinea 28 Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1149.
5. In de bestuurlijke rapportage is vermeld dat buurtbewoners van [appellant] op 18 september 2015 tegenover de politie hebben verklaard dat het bij de woning aan de [locatie] al jaren een komen en gaan is van verschillende personen. Deze personen bezoeken de woning volgens hen kortdurend, zodat bij hen het vermoeden is ontstaan dat er vanuit die woning wordt gedeald. Politieagenten hebben op 30 oktober 2015 en op 27 november 2015 bij de woning gepost en geconstateerd dat de woning door verschillende personen kortdurend werd bezocht. Tijdens de doorzoeking van de woning zijn hoeveelheden hard- en softdrugs aangetroffen die veel groter zijn dan de hoeveelheden die als maximale hoeveelheden voor eigen gebruik worden aangemerkt. Gelet op deze omstandigheden heeft de burgemeester sluiting van de woning gedurende drie maanden noodzakelijk mogen achten om de loop naar de woning eruit te halen en de bekendheid van de woning als drugspand weg te nemen. Dat [appellant] ten tijde van de sluiting al enige tijd gedetineerd was, maakt dit niet anders. De last tot sluiting is een maatregel die betrekking heeft op de woning en de bekendheid van de woning als drugspand en in mindere mate op de betrokken handelaar. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3502. Het aanbrengen van het pamflet, waarin onder meer staat dat de burgemeester de woning wegens overtreding van de Opiumwet voor drie maanden heeft gesloten, maakt de sluiting kenbaar. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit pamflet niet op de woning is aangebracht. Daarbij neemt de Afdeling de door de burgemeester overgelegde e-mail in aanmerking, waarin een ambtenaar die bij de sluiting aanwezig was de burgemeester mededeelt dat het pamflet is bevestigd op het rolluik van de voordeur van de woning aan de [locatie]. Dat de verhuurder in de woningsluiting aanleiding kan zien om de huurovereenkomst voor de woning te ontbinden en hem de komende jaren te verbieden zich opnieuw voor een sociale huurwoning in te schrijven, is gezien de ernst van de aangetroffen situatie niet aan te merken als een bijzondere omstandigheid die de sluiting onevenredig maakt. De Afdeling volgt [appellant] niet in zijn ter zitting ingenomen standpunt dat de hier aan de orde zijnde situatie vergelijkbaar is met de situatie die aan de orde was in de uitspraak van 29 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3251. Deze situaties verschillen in belangrijke mate van elkaar wat betreft de aard en hoeveelheid van de in de woning aangetroffen drugs en het bestaan van aanwijzingen voor handel in drugs vanuit de woning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f732861ebfc67316d06545a79ccb700141633c3e69249d56bafb9ebcecd5bc4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f732861ebfc67316d06545a79ccb700141633c3e69249d56bafb9ebcecd5bc4e, en de alinea staat in dat document op bytes 10206 tot 12829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f732861ebfc67316d06545a79ccb700141633c3e69249d56bafb9ebcecd5bc4e | shasum -a 256