Citaat | Raad van State 4 april 2018

Alinea 23 Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1151.

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester zich, gelet op de aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen, op het standpunt heeft mogen stellen dat vanuit de woning verdovende middelen zijn verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn geweest en dat hij op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd was tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. [appellant] heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat het betoog van [appellant] dat de door de burgemeester opgelegde maatregel punitief is, faalt. Daartoe heeft zij overwogen dat een sluitingsbevel enkel is gericht op beëindiging en voorkoming van overtredingen van de Opiumwet. Indien toepassing van deze bevoegdheid in een concreet geval verder zou strekken, zou de sanctie niet meer uitsluitend het karakter van een herstelsanctie, maar ook een leedtoevoegend karakter hebben, en zou de sanctie als een strafsanctie moeten worden beschouwd. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, heeft de rechtbank geen aanleiding gezien voor het oordeel dat een dergelijke situatie zich hier voordoet en de burgemeester daarom niet bevoegd was tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Niet in geschil is dat in 2010 ook een grote hoeveelheid verdovende middelen in de woning is aangetroffen. Gelet hierop en gelet op het feit dat recidive in de toepasselijke beleidsregels wordt gekoppeld aan de woning en niet aan degene die daar woonachtig is, is volgens de rechtbank sprake van recidive. De burgemeester mocht volgens de rechtbank dan ook tot sluiting van de woning voor de duur van zes maanden overgaan. Gelet op de omvang van de aangetroffen hoeveelheid softdrugs in de woning en het feit dat deze woning eerder op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet gesloten is geweest, mocht de burgemeester naar het oordeel van de rechtbank sluiting voor de duur van zes maanden noodzakelijk achten ter voorkoming van strafbare feiten en de bescherming van de rechten van anderen. Na afweging van de betrokken belangen en gelet op de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen, heeft de burgemeester in redelijkheid een sluiting voor de duur van zes maanden kunnen gelasten, aldus de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e68b86a56435f9156f759d559a431d1cba242bfe5af6780ea42eee1608d5b567. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e68b86a56435f9156f759d559a431d1cba242bfe5af6780ea42eee1608d5b567, en de alinea staat in dat document op bytes 6816 tot 9086.