Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 4.8.3. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
De Awb geeft niet aan wat er in de invorderingsbeschikking moet staan, maar omdat zij aanzegt dat een dwangsom zal worden ingevorderd, zal zij moeten toelichten dat en waarom de dwangsom is verbeurd: zij moet het oordeel onderbouwen dat de overtreding niet is beëindigd en de last niet is nagekomen. (zie noot 67) Uit art. 4:86 Awb volgt mijns inziens dat het te betalen bedrag, de betalingstermijn en het rekeningnummer moeten worden vermeld. (zie noot 68) Ook moet, zo blijkt uit de wetsgeschiedenis (zie het citaat in 4.7.1.), de beslissing om in te vorderen gemotiveerd worden, zij het dat doorgaans volstaan zal kunnen worden met de overweging dat er, gezien de beginselplicht tot tenuitvoerlegging, geen redenen zijn gebleken om van invordering af te zien. Uiteraard moet het bestuursorgaan wel ingaan op specifieke redenen om (deels) niet in te vorderen als die zijn aangevoerd. (zie noot 69)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 101691 tot 102709.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256