Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 4.8.5. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Uitgaande van deze rechtspraak is de invorderingsbeschikking geen criminal charge in de zin van art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR, zodat de fair hearing eisen van die bepalingen niet gelden en net op die grond een zelfstandige rechterlijke vaststelling van de (verhouding tussen de niet-nakoming en de) hoogte van het in te vorderen bedrag is vereist. (zie noot 72) In de minder recente literatuur werd wel betoogd dat het om een straf gaat omdat invordering niet tot enig herstel leidt, maar nog louter beoogt de overtreder financieel te treffen, met name als de overtreding al is beëindigd. In de rechtspraak daarentegen overheerste en overheerst de gedachte dat, gezien de samenhang tussen oplegging van een last onder dwangsom en de invordering ervan bij niet-nakoming, de invordering deelt in het reparatoire karakter van de last. (zie noot 73) Ook de wetgever meent kennelijk dat dwangsominvordering (nog steeds) reparatoir is en niet punitief. (zie noot 74)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 105946 tot 107024.