Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 4.11.6. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Dat neemt niet weg dat de taak van de executierechter een beperkte is. De aan de aanmaning en het dwangbevel ten grondslag liggende titels (in casu de kostenverhaalbeschikking en de dwangsom-invorderingsbeschikking) en de dááraan ten grondslag liggende lasten onder dwangsom en bestuursdwang worden door de burgerlijke rechter in beginsel niet inhoudelijk beoordeeld, gegeven de bestuursrechtelijke rechtsgangen die open hebben gestaan; hij beoordeelt die hoogstens marginaal. (zie noot 89) Ook als zij nog geen formele rechtskracht hebben, moet er wel betaald worden. (zie noot 90) De civiele rechter kan wel de executie doen staken, bijvoorbeeld, als de executant, mede gelet op het belang van de overtreder, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij uitoefening van zijn bevoegdheid tot executie, bijvoorbeeld als het dwangbevel klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of als de executie op grond van naderhand gebleken feiten klaarblijkelijk de overtreder in een noodtoestand zal brengen die onverwijlde executie onaanvaardbaar maakt (zie noot 91) in het licht van art. 3:13 BW. (zie noot 92) Uit het gegeven dat het om naderhand gebleken feiten gaat, volgt dat de burgerlijke rechter er van uit gaat dat de ten tijde van de besluiten bestaande feiten toen in een evenredigheidsbeoordeling zijn betrokken waar hij in beginsel niet meer in treedt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 119277 tot 120816.