Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 5.1.1. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

De Awb laat in het midden waarmee het bestuursorgaan dat invordert of verhaalt rekening moet houden. De Awb noemt ook geen bijzondere omstandigheden, zoals de persoonlijke, bijvoorbeeld de financiële, omstandigheden van de overtreder en de mogelijke samenloop met maatregelen van andere overheidslichamen ter zake van dezelfde overtreding. De parlementaire geschiedenis doet dat wel, althans bij de invorderingsbeschikking (zie het citaat in 4.7.1. hierboven): "(…) in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien; het ligt op de weg van de overtreder om dergelijke omstandigheden onder de aandacht van het bestuursorgaan te brengen." (zie noot 98) De medewetgever verwees daarbij naar een arrest van het Hof Leeuwarden, inhoudende dat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die zouden kunnen leiden tot het oordeel dat invordering van de dwangsommen onrechtmatig was, hetgeen leidde tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, die invordering als onevenredig had aangemerkt. (zie noot 99) De wetgever wilde dus kennelijk dat het bestuursorgaan rekening houdt met de relevante, dus ook met bijzondere omstandigheden die hem bekend zijn, met name doordat de overtreder hem er opmerkzaam op heeft gemaakt. Het lijkt mij overigens dat zulks reeds uit art. 3:4 Awb voortvloeit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 123907 tot 125320.