Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 5.3.8. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
Vast staat dat [appellant] niet is gehoord voorafgaand aan de invorderingsbeschikking, noch voorafgaand aan de kostenverhaalbeschikking (zie 1.12. en 1.13. hierboven). Uit art. 6:16 Awb blijkt dat indiening van bezwaar de tenuitvoerlegging niet schorst. [appellant]’ bezwaren hebben de tenuitvoerlegging dan ook niet zichtbaar opgeschort. Van beleidsmatig verleend uitstel is niet gebleken. Het invorderingsbesluit zegt aan dat binnen 4 weken moet worden betaald; de kostenverhaalbeschikking dat binnen 6 weken moet worden betaald. Zowel het Rijk als de gemeente Hardenberg lijken [appellant] juist volhardend achter de broek te hebben gezeten en nog te zitten. De mogelijkheid om een voorlopige voorziening te vragen (die zelden tot schorsing zal leiden op grond van financiële draagkracht) voldoet mijns inziens met zekerheid niet aan het door het HvJ EU gestelde criterium van een effectieve uitstelmogelijkheid door bezwaar als niet vooraf is gehoord.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 154967 tot 155938.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256