Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 5.4.2. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

De (vermoedelijke) overtreder kan er voorts niet van uitgaan dat zijn betrouwbare uiterlijk voldoende is voor de aanvaarding van zijn stellingen. Hij zal desverzocht de door hem gestelde bijzondere omstandigheden aannemelijk moeten maken. (zie noot 139) Op het bestuursorgaan rust mijns inziens wel de plicht om duidelijk te maken welk materiaal als voldoende bewijs van de juistheid van de stellingen van de overtreder zal kunnen worden aanvaard. Dat brengt het zorgvuldigheidsbeginsel mee. Is aan die aannemelijkheidseisen moeilijk te voldoen zonder medewerking van of begeleiding door het bestuursorgaan (dat bijvoorbeeld mogelijk relevante documenten onder zich heeft die de overtreder niet heeft), dan brengt dat beginsel mijns inziens ook mee dat het bestuursorgaan desverzocht de overtreder begeleidt bij het verzamelen van het door het bestuursorgaan gewenste bewijs. (zie noot 140) Hij zal dus ook, als een overtreder redelijkerwijs niet hoeft te begrijpen dat hij bepaald (nader) bewijsmateriaal had moeten overleggen, uit zichzelf kenbaar moeten maken dat hij bepaald nader bewijs wenst. (zie noot 141)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 163921 tot 165152.