Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 5.4.3. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Illustratief is ABRvS AB 2017/271. (zie noot 142) Het bestuursorgaan had de overtreedster in de bezwaarfase, denkelijk omdat zij stelde vanwege haar psychische toestand niet verwijtbaar gehandeld te hebben, in de gelegenheid gesteld om objectieve en op haar persoonlijk ziende informatie over die psychische toestand over te leggen. Ondanks overlegging van een brief van haar huisarts werd haar bezwaar ongegrond verklaard, omdat een huisarts geen medisch specialist is en de brief slechts verwijzing inhield. De rechtbank oordeelde echter dat de overtreedster voldoende aannemelijk had gemaakt dat haar minder verwijt trof voor de overtreding en dat de bewijslast weer terug was bij het bestuursorgaan. De Afdeling bevestigde die uitspraak en betrok daarbij zelfs een verklaring van een psychiater die pas in hoger beroep was overgelegd, nu die verklaring in combinatie met de eerdere brief van de huisarts belanghebbendes geestelijke toestand ten tijde van de overtreding bevestigde. Deze zaak laat zien dat als het bestuursorgaan op de hoogte is gesteld of geraakt van een relevante bijzondere omstandigheid, hij die daadwerkelijk moet onderzoeken en niet kan volstaan met gelegenheid geven en na gebruikmaking van die gelegenheid het bewijs als onvoldoende aanmerken zonder gelegenheid te geven het door hem onvoldoende geachte bewijs aan te vullen na consultering van de medisch specialist naar wie de overtreedster was verwezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 165226 tot 166708.