Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 5.4.4. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
Deze uitspraak suggereert dat u minder streng (dan vroeger) bent met toelating van bewijsmateriaal in (hoger) beroep. (zie noot 143) Zelfs een in hoger beroep overgelegd stuk dat vermoedelijk eerder overgelegd had kunnen worden, werd door u beoordeeld. Als dit een ontwikkeling is, valt die mijns inziens toe te juichen: hoe minder niet-noodzakelijke fuiken in de weg staan aan de materiële waarheidsvinding, hoe beter. Ik merk op dat in deze ontwikkeling zou passen dat - zoals ook in casu is gebeurd - reeds in de uitnodiging voor de zitting of bij aparte brief - een voorlopige bewijslastverdeling aan de partijen kenbaar te maken voor zover daarover twijfel kan bestaan of juist geschil over is, en zo mogelijk een indicatie welk bewijs voldoende kan zijn, zulks om tijdige bewijsvoering te stimuleren (ik weet nog steeds niet van welke feiten ik in deze zaak moet uitgaan) en onaangename verrassingen achteraf - pas bij openbaarmaking van de uitspraak - voor één van beide partijen te voorkomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 166782 tot 167833.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256