Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 5.5.3. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Er bestaan 'uitzonderingen' op het uitgangspunt van toetsing ex tunc. (zie noot 147) Zo beoordeelt de bestuursrechter soms feiten die na het bestreden besluit zijn voorgevallen als het bestuur die feiten bij het bestreden besluit al had moeten voorzien, als uit die feiten mogelijk volgt dat er geen procesbelang meer is, of omdat latere feiten kunnen bijdragen aan het bewijs van feiten die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit (zoals in het boven weergegeven geval van de psychiatrische patiënte). Die uitzonderingen zullen zich bij invorderings- en verhaalbesluiten niet snel voordoen omdat de stelplicht en bewijslast ter zake van bijzondere omstandigheden die van invordering en verhaal kunnen doen afzien, bij de overtreder liggen. (zie noot 148) Dat is anders als het bijzondere omstandigheden betreft die betrekking hebben op (het nakomen van) de last zelf en waarmee het bestuursorgaan dus bekend had moeten zijn of als het bekend is met bestuurlijke sancties van andere bestuursorganen voor dezelfde gedraging en die samenloop relevant kan zijn. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor een zorgvuldig onderzoek naar de relevante feiten en belangen die hij reeds in de bestuurlijke fase moet betrekken. Als na het besluit blijkt dat de feitelijke onderbouwing onjuist was op onderdelen die tot het bewijsdomein van het bestuursorgaan behoren en het bestuursorgaan had die onjuistheid behoren te kennen, kan dat een reden zijn om niet ex tunc te toetsen. Er kan ook een andere reden zijn om het besluit te vernietigen, waarna de bestuursrechter ex nunc kan beoordelen of hij het geschil finaal kan beslechten. (zie noot 149) Een overtreder kan het bestuursorgaan ook verzoeken om de invorderingsbeschikking of kostenverhaalbeschikking te herzien wegens gewijzigde omstandigheden ná dat besluit, of verzoeken om van dat besluit terug te komen. (zie noot 150) Een afwijzing kan echter niet in een lopende procedure tegen het besluit op bezwaar over een invorderingsbeschikking of kostenverhaalbeschikking betrokken worden. (zie noot 151) Dit kan ingevolge art. 6:19 Awb wél bij intrekking, wijziging of vervanging van het eerdere besluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 170237 tot 172593.