Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 5.5.4. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
De civiele rechter gaat in het door de wetgever beoogde stelsel alleen over zuivere executiegeschillen (zie 4.7.3. en 4.11.4. hierboven), i.e. tenuitvoerlegging van het dwangbevel door dagvaarding en beslaglegging. (zie noot 152) De vraag of een bestuursorgaan de betrokken belangen - met name eventuele bijzondere omstandigheden - (voldoende) heeft afgewogen, hoort daar in beginsel niet bij (zie ook 4.11.6). (zie noot 153) Die vraag betreft de rechtmatigheid van het besluit en daarover gaat de bestuursrechter. Feiten en omstandigheden van ná het besluit kunnen niet in de beoordeling door de civiele rechter worden betrokken, behalve voor zover zij relevant zijn voor (de wijze van) executeren van het dwangbevel of zij een evidente misslag of de schending van een fundamenteel rechtsbeginsel aan het licht brengen (zie ook 4.11.6.). De executierechter heeft zich te baseren op de formele rechtskracht c.q. de onherroepelijkheid van de sanctiebesluiten en van de uitvoeringsbesluiten. Dat is slechts anders als van onherroepelijkheid nog geen sprake is; alsdan moet hij zich baseren op een redelijke prognose van de uitspraak van de bestuursrechter. (zie noot 154)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 172667 tot 173955.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256