Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 7.2.15. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Dat een overtreder door onjuiste verzending van de last slechts een korte termijn over had, levert volgens u in beginsel geen bijzondere omstandigheid op (zie noot 201) omdat de overtreder om verlenging had kunnen vragen (art. 5:34 Awb). Dit is mijns inziens anders als de onjuiste verzending niet te wijten is aan de overtreder en (i) de dwangsom per tijdseenheid is opgelegd en als gevolg van de onjuiste verzending al een of meer bedragen zijn verbeurd voordat de overtreder van de last kennis kan nemen, of (ii) de overtreder pas na afloop van de enige termijn kennis kan nemen van de opgelegde last, of (iii) de overtreder wel zo snel als redelijkerwijs verlangd kon worden om verlenging van de termijn heeft gevraagd, maar het bestuursorgaan niet tijdig reageert en evenmin de termijn (voorlopig) verlengt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 225803 tot 226663.