Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 7.3.1. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Niet onmogelijk, maar nog niet gelukt; bewijskwestie 7.3.2. Een beroep op geringe draagkracht is tot nu toe zowel bij kostenverhaal als bij dwangsominvordering steeds afgewezen, (zie noot 222) maar daaruit volgt niet dat financiële onmacht geen grond voor matiging of afzien kan zijn, nu in de desbetreffende zaken niet was bewezen dat de financiële draagkracht inderdaad te beperkt was. Ook recent overwoog u nog dat financiële omstandigheden in beginsel niet - dus het kán wel - als bijzondere omstandigheid gelden die grond biedt om geheel of gedeeltelijk van kostenverhaal af te zien. (zie noot 223) Hoewel u in 2013 overwoog dat als invordering voor de overtreder tot een zeer problematische financiële situatie zou leiden, zulks geen bijzondere omstandigheid is, volgt uit een uitspraak uit hetzelfde jaar dat dit niet betekent dat financiële omstandigheden geen rol kunnen spelen. U beoordeelde de overgelegde inkomensgegevens wel degelijk inhoudelijk en concludeerde dat de financiële gevolgen van de invordering niet zodanig waren dat van invordering had moeten worden afgezien. (zie noot 224) Dat sloot aan bij eerdere uitspraken, waarin u overwoog dat de overtreder niet aannemelijk had gemaakt dat zij het in te vorderen bedrag niet kon betalen, c.q. dat de stelling dat de overtreder de dwangsom niet kan betalen geen grond voor matiging is, reeds omdat overlegging van drie loonstrookjes daarvoor onvoldoende onderbouwing is. (zie noot 225) Ook in een uitspraak van 13 maart 2013 oordeelde u dat de overtreder niet aannemelijk had gemaakt dat hij door de invordering zo onevenredig financieel werd getroffen dat het bestuursorgaan daarom van invordering had moeten afzien. (zie noot 226) En op 22 juli 2015 overwoog u dat een beroep op geringe draagkracht in de invorderingsfase in beginsel niet voor honorering in aanmerking komt, maar beoordeelde u vervolgens toch of er bijzondere omstandigheden aanwezig waren om van dat uitgangspunt af te wijken, (zie noot 227) waarbij u van belang achtte dat het bestuursorgaan desgewenst een betalingsregeling kan vaststellen die voorziet in gespreide betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 240968 tot 243389.