Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 7.3.8. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
Conclusie: meewegen 7.3.10. Ik meen daarom dat het bestuursorgaan zowel bij het nemen van de uitvoeringsbeschikking (nl. door vooraf te horen) als - te meer - in de bezwaarprocedure ertegen, en de bestuursrechter in beroep, mede rekening moeten houden met de financiële draagkracht van de overtreder, maar dat het op de weg van de overtreder ligt daarvan bewijs te leveren. Dan rijst de vraag wanneer gebrek daaraan aanleiding moet zijn voor matiging of afzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 254584 tot 255134.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256