Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 7.3.8. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Wanneer is gebrek aan financiële draagkracht een matigingsgrond? 7.3.11. Daarover valt in zijn algemeenheid weinig meer zeggen dan ik hierboven in 7.3.3. heb opgemerkt over het bestaansminimum en de toegang tot de WSNP. Ik heb dan ook nauwelijks literatuur kunnen vinden over de vraag wanneer kostenverhaal of invordering in abstracto onevenredig is wegens de financiële situatie van de overtreder. (zie noot 237) Bij Sanders (zie noot 238) heb ik wel algemene criteria gevonden die er op neerkomen dat bij rechtspersonen financiële omstandigheden in uitgangspunt geen reden zijn voor matiging of afzien en bij natuurlijke personen mogelijk wel, nu die niet ophouden te bestaan bij faillissement. Maar zelfs bij natuurlijke personen, wier schulden niet teniet gaan bij faillissement, hoeft volgens Sanders het niet goed functioneren van de beslagvrije voet geen reden te zijn om te matigen, omdat de bestuursrechter er niet van uit mag gaan dat de wet niet goed wordt uitgevoerd en de deurwaarder zijn werk niet goed zou doen (dat moet de executierechter zo nodig corrigeren). Zijns inziens moet de bestuursrechter er voorts van uitgaan dat de overtreder toegang heeft tot de WSNP, al geeft hij aan dat onduidelijk is of dwangsomverbeurders en kostenveroorzakers wel 'te goeder trouw' zijn ter zake van het ontstaan van de schulden (zie 7.3.3. hierboven). Ik acht zijn uitgangspunten streng.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 255146 tot 256698.