Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 7.3.12. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
Als bij een rechtspersoon invordering c.q. verhaal tot gevolg zal hebben dat alle werkgelegenheid van (niet-verwijtbare) werknemers van een fatsoenlijk en in beginsel levensvatbaar bedrijf verloren gaat, kan dat - mede in het licht van art. 3:4 Awb en art. 1 Eerste Protocol EVRM - een excessief gevolg van de betalingsmoeilijkheden zijn, met name als de financiële moeilijkheden naar verwachting tijdelijk zullen zijn en een betalingsregeling een kapitaal- en baanvernietigend faillissement en ontbinding kan voorkomen. Dit te meer als de kosten verhaald zijn of niet gemaakt hebben hoeven worden omdat de overtreding toch, zij het iets buiten de termijn beëindigd is en het alleen om dwangsommen gaat. Mijns inziens is dus niet slechts bepalend dat een rechtspersoon na faillissement ontbonden wordt en geen debiteur meer is en dus niet het risico kan lopen levenslang te moeten afbetalen. Maar ik geef toe dat men kan tegenwerpen dat elke crediteur het recht heeft zijn vordering te innen en dat de curator in het faillissement van de rechtspersoon maar moet zien te redden wat levensvatbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 256795 tot 257908.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256