Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 7.3.14. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
De jurisprudentie geeft geen aanknopingspunten, nu financiële onmacht, zoals bleek, nooit is aanvaard als matigingsgrond, vooral niet omdat (i) die onmacht onvoldoende aannemelijk gemaakt werd, (ii) het bestuursorgaan een betalingsregeling zou kunnen treffen en (iii) er toch een beslagvrije voet bestaat. Ad (ii) merk ik in aanvulling op het voorgaande nog op dat als dat een weigeringsgrond is voor matiging, er mijns inziens een plicht uit voortvloeit voor het bestuursorgaan om dan ook een betalingsregeling aan te bieden aan degene die zijn onmacht om binnen de wettelijke termijn te betalen aannemelijk maakt. Uit de rechtspraak van de voorzieningenrechter volgt wel dat de financiële situatie van de overtreder niet licht leidt tot schorsing van de invorderings- of verhaalbeschikking. (zie noot 239) Het gaat in beginsel om omkeerbare (geldelijke) gevolgen. Pas als een persoon onomkeerbaar in zijn positie bedreigd wordt, is er aanleiding voor schorsing. (zie noot 240) Het risico op faillissement van een bedrijf lijkt beschouwd te worden als een (ondernemers)risico dat voor rekening van de overtreder komt. (zie noot 241)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 258920 tot 260173.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256