Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 8.5. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Er gaat naar mijn gevoel erg veel tijd en energie van justitiabelen, bestuursorganen en rechters zitten in de vragen welke kwesties in welke fase thuishoren en wie er dus wanneer wat gedaan zou moeten hebben om geen rechten te verliezen. In beginsel zitten er ondoordringbare schotten tussen deze fasen in die zin dat vragen die in een eerdere fase aan de orde geweest zijn of aan de orde gesteld hadden kunnen worden, van beoordeling uitgesloten zijn in een latere fase. Ik begrijp dat in de praktijk overtreders - zoals kennelijk ook [appellant] - de ernst van hun situatie vaak pas inzien in fase (ii), waardoor - bij ondoordringbare schotten - hun belangrijkste verweren al buiten bereik kunnen liggen. Ook [appellant]’ belangrijkste bezwaren richten zich tegen de initiële lastbeschikkingen en zijn door de staatssecretaris buiten de orde verklaard op de grond dat [appellant] niet binnen zes weken bezwaar heeft gemaakt. De leer van de formele rechtskracht van niet-tijdig aangevochten belastende beschikkingen draagt niet bij aan het rechtsgevoel van justitiabelen, ook omdat de termijn van zes weken die het doek doet vallen zo kort is. Weliswaar kan een verschoonbare termijnoverschrijding soms vergeven worden, maar verschoonbaar is niet hetgeen kennelijk heel vaak voorkomt: het niet, laat staan tijdig beseffen van de ernstige gevolgen van het verzuim om steeds elk overheidsschrijven aandachtig te onderzoeken op zijn beschikkingskarakter, zijn gevolgen en zijn appellabiliteit en de termijn daarvoor. Dat formeel-rechtskrachtige belastende beschikkingen soms worden uitgevoerd hoewel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast staat dat zij bij tijdig bezwaar (deels) onrechtmatig bevonden zouden zijn, draagt niet bij aan het begrip dat de adressaten van die beschikkingen kunnen opbrengen voor de overheid, maar ik geef toe dat ook ik geen oplossing uit mijn mouw schudt. Zoals Sanders het geldende recht verontrustend treffend samenvat: "voert men het argument niet tijdig tegen de juiste beschikking aan, dan is dat argument vrijwel kansloos". (zie noot 255) Hoe goed dat argument ook is. Dat is justitiabelen niet steeds uit te leggen. Deze stand van zaken zal vooral bestuursorganen, juristen en uiteraard bepaalde derde-belanghebbenden aanspreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 277302 tot 279630.