Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 8.6. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

In het belastingrecht (toegegeven: geen derdenbelangen; gebonden beschikkingen; devolutieve werking van het beroep op de rechter) lijkt ontspannener omgegaan te worden met formele rechtskracht, met name in geval van ketenbesluitvorming met in elke schakel van de keten de valkuil van de formele rechtskracht. Als een tussentijdse beschikking is gecreëerd om rechtszekerheid en een rechtsingang te creëren, maar het averechtse effect van beperking van rechtsbescherming door formele rechtskracht dreigt, relativeert de belastingrechter de formele rechtskracht. In de zaak HR BNB 2017/92 (zie noot 256) bijvoorbeeld, oordeelde de Hoge Raad dat in de latere procedure over de aanslag weliswaar de rechtmatigheid van een verzoek om informatie van de fiscus niet meer aan de orde gesteld kan worden als een eerdere informatiebeschikking van de inspecteur onherroepelijk is geworden, maar dat wel degelijk toch alsnog de vraag aan de orde gesteld kan worden of de belanghebbende aan dat verzoek heeft voldaan en zo niet, of dat de omkering van de bewijslast rechtvaardigt. Uit HR BNB 2011/60 (zie noot 257) en HR BNB 2011/17 (zie noot 258) blijkt dat de belastingplichtige in een procedure tegen een latere aanslag niet de formele rechtskracht tegengeworpen kan worden van een eerdere fiscale-eenheidsbeschikking of een eerdere geruisloze-inbrengbeschikking waartegen hij destijds geen bezwaar heeft gemaakt. Ondanks de formele rechtskracht van die eerdere beschikking kan hij ook elk onderdeel van de aanslag aanvechten dat terug te voeren is op die eerdere niet-bestreden beschikking. Een zeer korte bezwaartermijn gecombineerd met de leer van de formele rechtskracht zou anders justitiabelen nopen veiligheidshalve steeds tegen alles bezwaar te maken en beroep in te stellen, hetgeen het tegengestelde effect van de gewenste rechtszekerheid zou hebben. In het belastingrecht was de wetgever daadwerkelijk gedwongen om een zogenoemde massaal-bezwaarprocedure in te voeren (art. 25c-25f AWR), nu burgers zich inderdaad regelmatig door de leer van de formele rechtskracht en de korte bezwaartermijn gedwongen voelen om massaal hun zeer korte rechtsmiddeltermijnen veilig te stellen, laatstelijk in kennelijk tienduizenden procedures tegen de box 3 heffing over niet-bestaand spaargeldrendement.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 279694 tot 282102.