Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 8.8. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
Het verdient mijns inziens overweging met name verwijtbaarheid en financiële draagkracht niet al te juridisch-technisch te benaderen en die steeds (minstens ook) in fase (ii) te (doen) beoordelen, te meer nu in de literatuur (zie noot 261) verdedigd wordt dat die gezichtspunten niet of nauwelijks ter zake doen in fase (i). De rechtstoepassing, met name als die grimmig wordt, moet zo mogelijk het rechtsgevoel van justitiabelen blijven aanspreken. Criteria bij uitstek daarvoor zijn - nu het om sancties gaat - verwijtbaarheid en draagkracht. Voor rechtsmachtsverdelingskwesties hoeft mijns inziens niet gevreesd te worden, nu de fasen (i) en (ii) zich beide voor dezelfde bestuursrechter afspelen en ook de Awb zelf die twee fasen soms inéén vlecht (art. 5:31c en 5:39 Awb). Ik wijs in dit kader ook op de algemene roep om (meer) toepassing in het bestuursrecht van het - ook in Straatsburg en ook in het EU-recht allesoverheersende - evenredigheidsbeginsel. (zie noot 262) En ik wijs ook op het gegeven dat, juist als gevolg van de beginselplicht tot handhaving (en uw beperkte toelating van uitzonderingen op invordering en verhaal), de invorderingsbeschikking en de verhaalbeschikking verdacht veel lijken op gebonden beschikkingen, hetgeen mijns inziens impliceert dat de rechter meer boven op het bestuur kan gaan zitten - met een evenredigheidsbeoordeling - dan bij (echt) discretionaire beschikkingen. Ik juich dus ook toe - zoals boven (7.2.23.) al bleek - uw oordeel in de zaak over de matiging van invordering van een dwangsom in verband met een recreatiewoning die helemaal niet onrechtmatig werd bewoond door misbruik van bevoegdheid aan te nemen, (zie noot 263) evenals uw hierboven niet besproken recente relativering van formele rechtskracht over de band van een evenredigheidstoetsing door de rechtmatigheid van een subsidieverplichting (een salarisnormering) in een onaantastbaar geworden verleningsbeschikking toch te beoordelen in het kader van het besluit tot subsidievaststelling dat leidde tot terugvordering met onevenredige gevolgen. (zie noot 264) Ik acht de drie traditionele beperkte échappatoires uit de formele rechtskracht ((i) de overheid heeft de justitiabele op het verkeerde been gezet met betrekking tot zijn rechtsmiddelen, (zie noot 265) (ii) de overheid erkent de onrechtmatigheid, (zie noot 266) en (iii) schending van een fundamenteel rechtsbeginsel in strijd met art. 6 EVRM (zie noot 267) ) vrij krap in geval van ketenbesluitvorming, met name in geval van invordering van dwangsommen op basis van formele rechtskracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 282814 tot 285639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256