Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 8.11. Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
Maar ik signaleer ter relativering dat het er ook wel eens (nog) onsubtieler aan toe gaat dan in het bestuurlijke sanctierecht. Art. 5:32b(2) Awb verplicht bestuursorganen die een last onder dwangsom opleggen om een plafond te stellen. Het burgerlijke recht verplicht daartoe niet en het komt daadwerkelijk voor dat geen plafond gesteld wordt, waardoor de dwangsom in theorie oneindig hoog kan oplopen, hetgeen prima facie per definitie disproportioneel lijkt. In de zaak HR BNB 2017/102 (zie noot 268) liet de civiele kamer van de Hoge Raad een dergelijke ongebreidelde dwangsom niettemin toe. De belanghebbende had niet voldaan aan een civiele veroordeling onder dwangsom tot verstrekking aan de fiscus van informatie over buitenlandse bankrekeningen (in het belastingrecht bestaat geen bestuurlijke dwangsom omdat daar de omkering en verzwaring van de bewijslast nauwkeuriger en even effectief werd geacht). Hij had daardoor het maximum ad € 300.000 verbeurd van een dwangsom van € 2.000 per dag. De voorzieningenrechter legde op vordering van de Staat een nieuwe dwangsom op ad € 100.000 voor de eerste drie maanden en € 10.000 voor elke volgende dag; zonder maximum. De vraag was of zulks (i) niet (toch) een strafmaatregel is in plaats van een prikkel tot nakoming en (ii) disproportioneel is. De Hoge Raad liet in dit geval een dergelijke onbeperkte dwangsom toe, nu aangenomen moest worden dat de belanghebbende wel kon, maar niet wilde voldoen aan de vordering, de eerdere aanzienlijke dwangsom kennelijk onvoldoende prikkel was geweest en onduidelijk was hoe groot het financiële belang was dat de belanghebbende had bij het niet-voldoen aan de vordering. Van een punitieve sanctie achtte de Hoge Raad geen sprake omdat aangenomen moest worden (dat had het Hof feitelijk geoordeeld) dat de belanghebbende verbeuring kon voorkomen door aan de vordering te voldoen. Voor het overige verwees de Hoge Raad de belanghebbende naar de executierechter, waar hij aan de orde kan stellen dat hij aan het bevel heeft voldaan en waar op de Staat de bewijslast rust dat de dwangsommen zijn verbeurd, en naar de mogelijkheid om ex art. 611d Rv. opheffing van de dwangsom te vorderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 289722 tot 291958.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256