Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 9.13. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Uit de door [appellant] overgelegde dagvaarding blijkt dat hem ten laste wordt gelegd overtreding van strafbepalingen in de Wet milieubeheer de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en van art. 225(1) Sr. (valsheid in geschrifte); zie 1.24. hierboven. Uit de overgelegde stukken blijkt niet of die vervolging wordt doorgezet. De zaak ligt, zo bleek ook ter zitting, voorlopig stil. Het Openbaar Ministerie heeft nog niet gerequireerd en onbekend is dus of het kostenvergoeding zal eisen als ‘aanvullende straf’. Dat lijkt niet waarschijnlijk als [appellant] die kosten al rechtstreeks aan de staatssecretaris betaalt of een betalingsregeling treft. Nu de staatssecretaris bovendien in zijn besluit op bezwaar heeft toegezegd dat van dubbel kostenverhaal geen sprake zal zijn, ga ik er van uit dat zich geen dergelijke samenloop zal voordoen. Dat het Openbaar Ministerie wellicht (geen herstelsanctie maar) een punitieve sanctie zal eisen, is in dit geding niet van belang, nu de litigieuze herstelsancties geen straffen zijn en de strafrechter bij de oplegging van een eventuele straf rekening zal houden met alle persoonlijke en andere relevante omstandigheden van [appellant] ten tijde van de strafoplegging, waaronder de mate waarin hij reeds reparatoir in zijn vermogen is getroffen ter zake van de materiële gedragingen waarvoor hij vervolgd wordt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 308991 tot 310363.