Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 9.13. Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Conclusie 9.14. Ik concludeer dat de staatssecretaris zich grotendeels terecht op het standpunt stelt dat [appellant] geen bijzondere omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die nopen tot matiging van de invorderingsbeschikking en de verhaalbeschikking, maar dat wél aannemelijk is gemaakt dat twee lasten onder dwangsom ter zake van wezenlijk hetzelfde bevel deels tegelijk van kracht zijn geweest en dat de staatssecretaris de invordering van de dwangsom daarom moet matigen voor zover de verbeuring van de gemeentelijke en Rijksdwangsommen temporeel samenliep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 310373 tot 311022.