Citaat | Raad van State 4 april 2018

Onder 10 Raad van State 4 april 2018

Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.

Ja, voor zover die omstandigheden in het toerekengebied van het bestuursorgaan liggen en neen, voor zover het op de weg van de belanghebbende ligt om ze naar voren te brengen. Het bestuursorgaan moet volgens art. 3:2 Awb bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaren, om ex art. 3:4 Awb alle rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af te wegen. Dit betekent niet dat het bestuursorgaan zonder specifieke aanleiding - zoals wetenschap van cumulatie met een herstelsanctie van een andere overheid, of door de overtreder naar voren gebrachte klemmende omstandigheden - ook van ambtswege moet onderzoeken of zich bijzondere omstandigheden voordoen. Hij heeft hiertoe veelal de bevoegdheden niet en het zou dwangsominvordering of kostenverhaal onnodig bemoeilijken. Wél moet hij relevante omstandigheden die hem bekend zijn onderzoeken en afwegen, zoals zijn eventuele eigen nalatigheid of onduidelijkheid (estoppel) of te grote voortvarendheid met onnodige spoedhandhaving, zijn eigen toezeggingen (vertrouwensbeginsel), zijn eigen beleid jegens vergelijkbare overtreders (gelijkheidsbeginsel) en zijn eventuele schending van het verdedigingsbeginsel door niet vooraf te horen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 316651 tot 317969.