Citaat | Raad van State 4 april 2018
Onder 10 Raad van State 4 april 2018
Een alinea uit Raad van State 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152.
68) Ik ga niet in op de vraag of een invorderingsbeschikking onder art. 4:86 Awb valt. Die bepaling lijkt mij in elk geval naar analogie van toepassing, nu de invorderingsbeschikking vaststelt dat de dwangsom is verbeurd en hoeveel er wordt ingevorderd. Het lijkt mij ook vreemd en wellicht onbehoorlijk bestuur, met name bij een dwangsom per tijdseenheid of per overtreding, om wel mee te delen dat een dwangsom of dwangsommen zijn verbeurd, maar niet welk bedrag, noch wanneer dat op welke rekening betaald moet zijn. Zie voor de 4:86-discussie: Van Buuren/Jurgens/Michiels 2014, blz. 212, IJdema 2012, onder 2, en Sanders 2013, onder 3.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422, en de alinea staat in dat document op bytes 337772 tot 338424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bfcfd2da913aaf85103c9962c880e551ea3cbd632a44a8cb0cf5d06fbdae422 | shasum -a 256