Citaat | Raad van State 25 april 2018
Alinea 119 Raad van State 25 april 2018
Een alinea uit Raad van State 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1386.
19.3. De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het plan zal leiden tot ernstige hydrologische gevolgen in het plangebied en naaste omgeving. De raad stelt terecht dat door middel van de voorwaardelijke verplichting van artikel 8, lid 8.4.2, van de planregels de aanleg en instandhouding van de noodzakelijke infiltratievoorzieningen is geborgd. De omstandigheid dat in lid 8.4.2, onder b, van de planregels is voorzien in de mogelijkheid - na afwijking - deze infiltratievoorzieningen anders dan op eigen terrein te realiseren, doet hier niet aan af. [appellant] en anderen hebben niet geconcretiseerd welke nadelige gevolgen zij vrezen in geval toepassing wordt gegeven aan genoemde afwijkingsbevoegdheid. De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd evenmin aanleiding voor het oordeel dat de raad in de planregels (meer) concreet had dienen vast te leggen op welke wijze de infiltratievoorzieningen uitgevoerd dienen te worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ebbcc1ba3784673f01855f5f1525d5ddb624d12ebb28f8b9eabdf7a7ce44edd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ebbcc1ba3784673f01855f5f1525d5ddb624d12ebb28f8b9eabdf7a7ce44edd, en de alinea staat in dat document op bytes 73451 tot 74489.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ebbcc1ba3784673f01855f5f1525d5ddb624d12ebb28f8b9eabdf7a7ce44edd | shasum -a 256