Citaat | Raad van State 9 mei 2018
Alinea 48 Raad van State 9 mei 2018
Een alinea uit Raad van State 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1502.
5.7. Gelet op al het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat het Wob-verzoek niet door [wederpartij] is ingediend om kennis te kunnen nemen van overheidsinformatie en dat [gemachtigde] en hij een project hebben opgezet met de vooropgezette bedoeling om met procedures over Wob-verzoeken zo veel mogelijk proceskostenveroordelingen en dwangsommen te verkrijgen. Voor zover het gaat om handelingen die [gemachtigde] heeft verricht, dienen deze dan ook aan [wederpartij] te worden toegerekend, nu hij [gemachtigde] door het verlenen van de machtiging daartoe in staat heeft gesteld. Aldus is het recht om Wob-verzoeken in te dienen gebruikt zonder redelijk doel en voor een ander doel dan waarvoor dit recht is gegeven, zodanig dat dit gebruik blijk geeft van kwade trouw. [wederpartij] heeft daarmee misbruik gemaakt van dit recht. Dit geldt ook voor het recht om te verzoeken om vaststelling van een dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het Wob-verzoek alsmede voor het instellen van beroep, nu dat niet los kan worden gezien van het gebruik van de Wob.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fea18e41081a51cc9e1fe07eda5c0724aa6871f6edf2ecee81e5d807caad665a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fea18e41081a51cc9e1fe07eda5c0724aa6871f6edf2ecee81e5d807caad665a, en de alinea staat in dat document op bytes 20228 tot 21318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fea18e41081a51cc9e1fe07eda5c0724aa6871f6edf2ecee81e5d807caad665a | shasum -a 256