Citaat | Raad van State 16 mei 2018

Alinea 41 Raad van State 16 mei 2018

Een alinea uit Raad van State 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1508.

Indien een vreemdeling stelt een bepaald officieel document niet te kunnen overleggen, eist de staatssecretaris dat hij dit aannemelijk maakt. De staatssecretaris beoordeelt aan de hand van verklaringen van die vreemdeling, eventuele bewijsstukken, en informatie over de algemene situatie in het desbetreffende land of die vreemdeling in bewijsnood verkeert. Als een vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert, betrekt de staatssecretaris onofficiële documenten bij zijn beoordeling en kan hij aanvullend onderzoek aanbieden. De staatssecretaris heeft hiertoe gewezen op artikel 1.26 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb 2000) en paragraaf C1/4.4.6 van de Vc 2000, zoals luidend met ingang van 1 januari 2018 (WBV 2017/14, onderdeel W; Stcrt. 2017, nr. 70919).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ffc6c013ac5e4b2f3dd1497c389f7ffdcd7ccff345f4d7b9421ef416ead7d7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ffc6c013ac5e4b2f3dd1497c389f7ffdcd7ccff345f4d7b9421ef416ead7d7c, en de alinea staat in dat document op bytes 13659 tot 14476.