Citaat | Raad van State 16 mei 2018

Alinea 76 Raad van State 16 mei 2018

Een alinea uit Raad van State 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1508.

9. Een van de in hoofdstuk V bedoelde gunstiger bepalingen is artikel 11, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Hieruit volgt dat een lidstaat, in de situatie dat een referent of vreemdeling geen officiële bewijsstukken kan overleggen waaruit de gezinsband blijkt, ook andere bewijsmiddelen in aanmerking moet nemen en deze overeenkomstig het nationale recht moet beoordelen. Verder volgt hieruit dat een lidstaat een afwijzing van een aanvraag niet louter mag baseren op het ontbreken van bewijsstukken. Volgens de Richtsnoeren hebben de lidstaten hierbij geen beoordelingsruimte en moeten zij aan de hand van het nationale recht beoordelen of de desbetreffende referent of vreemdeling de gezinsband met andere bewijsmiddelen heeft gestaafd. In de Richtsnoeren is immers het volgende vermeld (blz. 23).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ffc6c013ac5e4b2f3dd1497c389f7ffdcd7ccff345f4d7b9421ef416ead7d7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ffc6c013ac5e4b2f3dd1497c389f7ffdcd7ccff345f4d7b9421ef416ead7d7c, en de alinea staat in dat document op bytes 27817 tot 28646.