Citaat | Raad van State 17 januari 2018

Alinea 56 Raad van State 17 januari 2018

Een alinea uit Raad van State 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:155.

8. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de door de ksa opgelegde boete niet onevenredig is. [appellante] voert daartoe aan dat zij adequaat heeft gereageerd op aanschrijvingen van de ksa over het voldoen aan de prioriteringscriteria, zodat enige coulance van de zijde van de ksa gepast was geweest. Verder voert [appellante] aan dat de ksa bij het opleggen van de boete onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat ten tijde van het boetebesluit geen regels bekend waren over de hoogte van op te leggen boetes. De ksa heeft immers eerst op 1 juli 2014, dus na oplegging van de boete, daarover beleid kenbaar gemaakt. Voorts voert [appellante] aan dat de boete onevenredig is, omdat zij niet alleen wordt gestraft met een boete, maar ook met openbaarmaking van de besluiten en de negatieve publiciteit als gevolg daarvan en mogelijke uitsluiting voor een toekomstige verlening van een vergunning in Nederland. Deze bijkomende straffen zijn, gezien hetgeen zij over het prioriteringsbeleid heeft aangevoerd, onevenredig en in strijd met het ne bis in idem beginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het fair play beginsel. In het kader van de evenredigheid voert [appellante] ten slotte aan dat er minder ingrijpende middelen zijn, zoals een last onder dwangsom, die tot "compliance" hadden kunnen leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dbfd78b36e040b0cdb4105cdfabea953489f51804f3135116687fda31e3f9ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dbfd78b36e040b0cdb4105cdfabea953489f51804f3135116687fda31e3f9ef, en de alinea staat in dat document op bytes 27899 tot 29276.