Citaat | Raad van State 30 mei 2018
Alinea 30 Raad van State 30 mei 2018
Een alinea uit Raad van State 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1785.
5. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij het concrete veiligheidsrisico onvoldoende heeft gemotiveerd. De minister voert daartoe aan dat hij blijkens het besluit van 25 april 2016 de volgende aspecten heeft betrokken bij de beoordeling van het veiligheidsrisico. De aard van de gedraging waarvoor de strafrechter [wederpartij] persoonlijk verantwoordelijk heeft gehouden, de hoogte van de opgelegde straf, de omstandigheid dat de vertrouwensfunctie waarvoor de vgb is verleend een functie op een burgerluchthaven betreft, waar de bescherming van anderen nu juist van essentieel belang is en derhalve altijd vooropgesteld dient te worden en dat de vgb toegang biedt tot beveiligde zones op Schiphol. De minister verwijst daarbij naar de uitspraak van de Afdeling van 21 mei 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1807) waarin de Afdeling heeft overwogen dat de minister zich in die zaak in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het in bezit hebben en houden van kinderpornografie, bij het vervaardigen waarvan de lichamelijke integriteit en veiligheid van minderjarigen is geschonden, niet verenigbaar is met het vervullen van een vertrouwensfunctie op een burgerluchthaven, nu bij het vervullen van een dergelijke vertrouwensfunctie juist het beschermen van de lichamelijke integriteit en veiligheid van personen voorop staat. In aanvulling daarop voert de minister in hoger beroep nog het volgende aan. Gezien de inhoud van de tot het strafdossier behorende processen-verbaal die de minister eerst in hoger beroep heeft opgevraagd en overgelegd, komt de minister terug op zijn in het besluit van 25 april 2016 ingenomen standpunt om [wederpartij] te volgen in diens stelling dat hij zijn eigen behoeften niet boven de lichamelijke integriteit van minderjarigen heeft gesteld. Daarnaast stelt de minister zich op het standpunt dat [wederpartij] zichzelf, gelet op de aard van het door hem gepleegde misdrijf, chantabel heeft gemaakt. Daardoor kunnen veiligheidsrisico's ontstaan. Derden zouden zich immers via [wederpartij] toegang kunnen verschaffen tot de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van de luchthaven Schiphol. Uit de processen-verbaal blijkt voorts dat [wederpartij] cocaïne heeft gebruikt, zodat tevens sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Beleidsregel. Gebruikers van harddrugs staan in contact met dealers en zijn kwetsbaar voor manipulatie. Bovendien bestaat het gevaar dat [wederpartij] weer terugvalt in de hem verweten gedragingen. Ten slotte heeft [wederpartij] vraag 5 van de door hem ten behoeve van het veiligheidsonderzoek ingevulde 'opgave persoonlijke gegevens' ten onrechte ontkennend beantwoord. Deze vraag luidt immers als volgt: "Zijn er nog feiten, omstandigheden of bijzonderheden in uw werk of uw privéomgeving die in verband met de vervulling van de vertrouwensfunctie relevant zijn? Denk aan mogelijke verslaving, financiële problemen of andere feiten en/of omstandigheden die u kwetsbaar maken voor bijvoorbeeld chantage en/of manipulatie?" Zo bezien is voldoende gemotiveerd dat sprake is van een veiligheidsrisico op grond waarvan de ten aanzien van [wederpartij] verstrekte vgb moest worden ingetrokken, aldus de minister.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b, en de alinea staat in dat document op bytes 12609 tot 15898.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b | shasum -a 256