Citaat | Raad van State 30 mei 2018
Alinea 32 Raad van State 30 mei 2018
Een alinea uit Raad van State 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1785.
5.2. De aspecten waar de minister op wijst, kunnen, voor zover hij deze niet aan het besluit van 25 april 2016 ten grondslag heeft gelegd en eerst in hoger beroep heeft aangevoerd, niet tot het oordeel leiden dat de rechtbank ten onrechte een motiveringsgebrek in dat besluit heeft geconstateerd. De aspecten die de minister wel in dat besluit heeft benoemd, kunnen evenmin tot dat oordeel leiden. De Afdeling is van oordeel dat de minister in het besluit van 25 april 2016 had moeten concretiseren waarin in dit geval het veiligheidsrisico voor de burgerluchtvaart bestaat, omdat de minister zich in dat besluit expliciet op het standpunt heeft gesteld dat hij [wederpartij] niet langer verwijt diens behoeften boven de lichamelijke integriteit van minderjarigen te hebben gesteld. De Afdeling is derhalve met de rechtbank van oordeel dat de minister in het besluit van 25 april 2016 ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat [wederpartij] betreffende gegevens blijk geven van feiten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, aanhef en onder l, van de Beleidsregel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b, en de alinea staat in dat document op bytes 16982 tot 18056.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b | shasum -a 256