Citaat | Raad van State 30 mei 2018

Alinea 43 Raad van State 30 mei 2018

Een alinea uit Raad van State 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1785.

Uit de door de minister in hoger beroep overgelegde processen-verbaal uit het strafdossier van [wederpartij] blijkt dat [wederpartij] heeft verklaard dat hij reeds kinderporno op zijn computer had staan, voordat zijn voormalige vriend kinderporno op zijn computer had gezet. Verder blijkt daaruit dat [wederpartij] in chatgesprekken met verschillende personen kenbaar heeft gemaakt interesse te hebben in seksuele handelingen met jongens die jonger zijn dan 18 jaar. De stelling van [wederpartij] dat hij die chatgesprekken onder invloed van cocaïne heeft gevoerd, doet niet af aan hetgeen hij aldus kenbaar heeft gemaakt. Uit de processen-verbaal blijkt voorts dat [wederpartij] op 8 november 2010 heeft verklaard dat hij in de afgelopen drie jaren met enige regelmaat cocaïne heeft gebruikt. [wederpartij] heeft de juistheid van de inhoud van de processen-verbaal niet weersproken. Het door [wederpartij] gepleegde misdrijf en zijn harddrugsgebruik vallen binnen de door de minister toegepaste termijn van acht jaar, terwijl de aan [wederpartij] bij vonnis van 12 februari 2013 opgelegde straf als een zware straf mag worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b, en de alinea staat in dat document op bytes 24891 tot 26051.