Citaat | Raad van State 30 mei 2018

Alinea 44 Raad van State 30 mei 2018

Een alinea uit Raad van State 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1785.

Gelet op hetgeen de minister in hoger beroep heeft aangevoerd, hiervoor onder 5 weergegeven, is de Afdeling van oordeel dat de minister alsnog deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de op [wederpartij] betrekking hebbende gegevens blijk geven van feiten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, aanhef en onder l, van de Beleidsregel. Daartoe overweegt de Afdeling dat het in bezit hebben en houden van kinderporno, bij het vervaardigen waarvan de lichamelijke integriteit en veiligheid van minderjarigen is geschonden, niet verenigbaar is met het vervullen van een vertrouwensfunctie op een burgerluchthaven, nu bij het vervullen van een dergelijke vertrouwensfunctie juist het beschermen van de lichamelijke integriteit en veiligheid van personen voorop staat. Ook heeft de minister hierbij het gevaar voor chantage in aanmerking mogen nemen en aldus een concreet veiligheidsrisico voor de burgerluchtvaart benoemd. Gezien de aard van het door [wederpartij] gepleegde misdrijf, is de Afdeling van oordeel dat de enkele omstandigheid dat [wederpartij] strafrechtelijk reeds is veroordeeld niet met zich brengt dat het risico van chantage moet worden geacht afwezig te zijn. De minister heeft zich in hoger beroep eveneens deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat [wederpartij] harddrugs heeft gebruikt als bedoeld in artikel 1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Beleidsregel. De stelling van [wederpartij] dat zijn harddrugsgebruik geen gegeven is waarop de Beleidsregel ziet, treft geen doel, omdat de processen-verbaal strafvorderlijke gegevens zijn als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wvo, gelezen in samenhang met artikel 1, aanhef en onder b, van de Wjsg. Gelet op de aldus door de minister in hoger beroep gegeven motivering is de Afdeling eveneens van oordeel dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat onvoldoende waarborgen aanwezig zijn om aan te kunnen nemen dat [wederpartij] onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen. Ter weerlegging van dat standpunt heeft [wederpartij] in bezwaar en beroep aangevoerd dat hij de donkere periode in zijn leven die tot de hiervoor beschreven gedragingen hebben geleid, te boven is gekomen, zodat de kans op recidive zeer gering is, dat hij niet met andere integriteitsschendingen in verband is gebracht en dat hij als gezagvoerder een lange staat van dienst heeft en altijd goed heeft gefunctioneerd. Reeds omdat deze omstandigheden niet zien op en evenmin afdoen aan het door de minister gestelde risico van chantage, kunnen zij niet afdoen aan het door de minister ingenomen standpunt dat ten aanzien van [wederpartij] onvoldoende waarborgen aanwezig zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9eeb99996cfdb70b9a58851b9285309d02010891f8d4399e80f24b47c283a03b, en de alinea staat in dat document op bytes 26071 tot 28835.