Citaat | Raad van State 6 juni 2018
Alinea 12 Raad van State 6 juni 2018
Een alinea uit Raad van State 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1847.
Staatsraad Advocaat-Generaal 1) Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van richtlijn 2001/77/EG en richtlijn 2003/30/EG. 2) Zie p. 7 en 13 van het Regioplan. 3) Dat zijn de gronden met de bestemming “Bedrijf – Windturbinepark”. 4) Dit betreft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, ten eerste, van de Wabo (binnenplanse afwijking). 5) Verwezen wordt naar ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 en ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611. 6) Verwezen wordt naar ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 en ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611. 7) [appellanten sub 8] wijst in dit verband op de tussen Windpark Zeewolde B.V. en de overheden gesloten intentieovereenkomst van mei 2015, de voorovereenkomst van 20 januari 2017, de overeenkomst over de saneringsopgave van juni 2017, de exploitatieovereenkomst en de vervolgovereenkomst van 5 september 2017, die zijn gesloten voor de vaststelling van het Regioplan en het RIP. 8) Verwezen wordt naar ABRvS 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1028, en ABRvS 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1113. 9) Verwezen wordt naar ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2331, en ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611. 10) J. Wahlhäuser, De gevolgen van het arrest Visser Vastgoed voor het Duitse recht en de Duitse ruimtelijke ordeningspraktijk, TO 2018, afl. 1, p. 39-42; I. Larmuseau & M. Strubbe, De gevolgen van het arrest ‘Visser Vastgoed’ op de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest, TO 2018, afl. 1, p. 43-48. Deze en de andere artikelen uit het TO-themanummer zijn ook gepubliceerd in het Belgische Tijdschrift voor Omgevingsrecht en Omgevingsbeleid 2018, aflevering 1. 11) ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 (Speelautomatenhal Vlaardingen). 12) Conclusie van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421 (Speelautomatenhal Vlaardingen). 13) HvJ EU 30 januari 2018, C-360/15 en C-31/16, ECLI:EU:C:2018:44 (Vissers Vastgoed Beleggingen/Appingedam, hierna: Appingedam). 14) Voor deze conclusie is meer dan incidenteel gebruik gemaakt van F.J. van Ommeren, W. den Ouden, C.J. Wolswinkel (red.), Schaarse publieke rechten, Den Haag: BJu 2011; F.J. van Ommeren, W. den Ouden & C.J. Wolswinkel, ‘Schaarse publieke rechten: naar een algemeen leerstuk’, in: Van Ommeren e.a. (red.) 2011, p. 17-41; J. Struiksma & M.A.M. Dieperink, Schaarse rechten en het ruimtelijk beleid, in: Van Ommeren e.a. (red.) 2011, p. 115-131; A. Drahmann, De betekenis van het transparantiebeginsel voor het omgevingsrecht, BR 2012/161, ook gepubliceerd in Drahmann 2015, p. 234-260, hierna daarom: Drahmann 2015; A. Drahmann, Transparante en eerlijke verdeling van schaarse besluiten, Zwolle: Kluwer 2015; M.R. Botman, De Dienstenrichtlijn in Nederland. De gevolgen van richtlijn 2006/123/EG voor de nationale rechtsorde vanuit Europees perspectief, Den Haag: BJu 2015; P. Heijnsbroek, Aanbestedingsplichten op en over de randen van de Aanbestedingswet 2012, Tijdschrift Aanbestedingsrecht 2017/43, afl. 3 (elektronische versie); C.J. Wolswinkel, Volwassen verdelingsrecht? Rechtsontwikkeling en rechtseenheid bij de verdeling van schaarse vergunningen, JBplus 2017, afl. 1, p. 3-26; M.R. Botman, Kapers op de Italiaanse kust. De gevolgen van het arrest Promoimpresa voor de verdeling van schaarse rechten, Gst 2017/3, p. 6-15; A. Drahmann, Gelijke kansen bij het verlenen van schaarse vergunningen in het omgevingsrecht, TBR 2017/156 (elektronische versie); S. Prechal & R.J.G.M. Widdershoven (red.), Inleiding tot het Europees bestuursrecht, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2017 (vierde druk); M.R. Botman, Dienstenrichtlijn 2.0: bestemming bereikt? Een analyse van het arrest Visser Vastgoed/Appingedam, TO 2018, afl. 1, p. 8-18; J. Langer, De Dienstenrichtlijn: zoeken naar een balans tussen de markt en ruimtelijke ordening, TO 2018, afl. 1, p. 1-3; P.R. van den Berghe, De Dienstenrichtlijn – 14 jaar discussie ten einde, TO 2018, afl. 1, p. 19-23; A.G.A. Nijmeijer, Dienstenrichtlijn en bestemmingsplan, TO 2018, afl. 1, p. 32-38; J.W. van de Gronden, De Dienstenrichtlijn en Dienstenwet: Europese trends in het nationale bestuursrecht, in: R.J.N. Schlössels e.a. (red.), In het nu … wat worden zal. Over toekomstig bestuursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 437-459; C.J. Wolswinkel, Concurrerende verdelingsregimes? Schaarse vergunningen onder Unierecht en nationaal recht na Vlaardingen en Appingedam, te publiceren in SEW 2018, afl. 7/8. Het moment van publicatie staat nog niet vast. Hierna verwijs ik naar Wolswinkel 2018, met vermelding van het paragraafnummer. 15) HvJ EU 5 oktober 1977, 5/77, ECLI:EU:C:1977:144 (Tedeschi/Denkavit). Vgl. uitvoeriger over de Tedeschi-regel, mijn conclusie van 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557, punt 3.9. 16) Dat bij de Dienstenrichtlijn, voor zover althans relevant voor deze conclusie, sprake is van volledige (uitputtende) harmonisatie blijkt uit HvJ EU 14 juli 2016, C-458/14 en C-67/15, ECLI:EU:C:2016:558 (Promoimpresa), punt 59-61. 17) Promoimpresa, punt 44. 18) Richtlijn 2014/24/EU, respectievelijk Richtlijn 2014/23/EU. 19) Meer in het bijzonder zaak C-496/99 (Succhi di Frutta), ECLI:EU:C:2004:236. 20) HR 4 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2806. 21) Zie voor de Europese definitie van overheidsopdracht, artikel 2, vijfde en zesde lid, Richtlijn 2014/24, dat in de Aanbestedingswet 2012 letterlijk is overgenomen. De elementen van de definitie van concessieopdracht in de Aanbestedingswet 2012 zijn te vinden in artikel 5 van Richtlijn 2014/23. 22) HvJ EU 14 november 2013, C-221/12, ECLI:EU:C:2013:736 (Belgacom). Zie ook: A. Drahmann, Concessies, vergunningen en transparantie (commentaar bij HvJ 14 november 2013, C-221/12, Belgacom), Tijdschrift Aanbestedingsrecht, februari 2014, nr. 6. 23) HvJ EU 14 juli 2016, C-458/14 en C-67/15, ECLI:EU:C:2016:558 (Promoimpresa). 24) HvJ EU 25 maart 2010, C-451/08, ECLI:EU:C:2010:168 (Helmut Müller). De zaak betrof overheidsopdrachten voor werken in de zin van artikel 1, lid 2, sub b, van richtlijn 2004/18, de voorganger van richtlijn 2014/24, maar geldt ook voor de overheidsopdrachten van werken onder de nieuwe richtlijn. Het oordeel van het Hof dat ‘de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen’ in de zin van het derde geval van art. 1, lid 2, sub b van richtlijn 2004/18, pas zijn vastgesteld als de aanbestedende dienst ‘een beslissend invloed op het ontwerp ervan’ uitoefent (punt 66) is voor overheidsopdrachten gecodificeerd in artikel 2, zesde lid, sub c, Richtlijn 2014/24, en voor concessieopdrachten in .artikel 5, zevende lid, Richtlijn 2014/13. 25) Een uitzondering vormt de aanbesteding van de openbaar vervoersconcessies. In de Wet personenvervoer 2000 is het CBb aangewezen als de bevoegde rechter. 26) ABRvS 13 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ1077. Zie ook ABRvS 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:358 (Bedrijventerrein Groenewoud III) en voor een voorbeeld van de beoordeling bij een omgevingsvergunning voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2975 (Kinepolis Bioscopen). 27) R. Ortlep & R.J.G.M. Widdershoven, VI. Rechtsbescherming, in: Prechal & Widdershoven (red.) 2017, p. 360-365. 28) ABRvS 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4230 (ontgrondingenvergunning rivierverruiming Maas). 29) In diverse zaken blijven aanbestedingsrechtelijke gronden buiten beschouwing op grond van artikel 8:69a Awb, omdat niet wordt voldaan aan het relativiteitsvereiste. Zie voor een voorbeeld, ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (rijksinpassingsplan Windpark De Drentse Monden en Oostermoer). 30) Zie nader de conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 3.7. 31) Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006, betreffende diensten op de interne markt. 32) Appingedam, punt 110. 33) Zie art. 28 t/m 36 Dienstenwet. 34) Appingedam, punt 113-118. 35) Langer 2018, p. 2; Botman 2018, p. 17. Zo ook Sanderink in zijn noot onder Appingedam in JB 2018/60, punt 13. 36) Conclusie van 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557 (Wheermolen), punt 7.8. 37) Langer 2018, p. 2; Wolswinkel 2018, par. 3.4. 38) Conclusie Wheermolen, punt 7.8. Zo ook Sanderink in zijn noot onder Appingedam in JB 2018/60. 39) Appingedam, punt 134. 40) Conclusie van 18 mei 2017, C-360/15 en C-31/16, ECLI:EU:C:2017:397 (Appingedam), punt 126. 41) Nijmeijer 2018, p. 33. 42) Botman 2015, p. 293-300. 43) Zie voor de mogelijkheid om beleidsmatig schaarse vergunningen te creëren, overweging 62 van de Dienstenrichtlijn, waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat artikel 12 de lidstaten niet belet “het aantal vergunningen te beperken om andere redenen dan de schaarste van de natuurlijke hulpbronnen of de technische mogelijkheden”. 44) HvJ EU 14 juli 2016, C-458/14 en C-67/15, ECLI:EU:C:2016:558 (Promoimpresa). De gevoegde zaak C-67/15 (Mario Melis) betrof overigens publieke standen in Sardinië. 45) De gevoegde zaak C-67/15 (Mario Melis) betrof overigens publieke standen in Sardinië. Omdat de juridische vragen in die zaak dezelfde waren als in Promoimpresa heb ik het alleen over de stranden aan het Gardameer. 46) Promoimpresa, punt 43. 47) Botman 2017, p. 10, onder verwijzing naar de conclusie van Szpunar van 25 februari 2016, zaak C-484 en C-67/15, ECLI:EU:C:2016:122, punt 71-72. 48) Vgl. Wolswinkel 2018, par. 2.1.1, alsmede zijn noot onder Promoimpresa, in AB 2016/320, punt 4. 49) Daaraan kan worden toegevoegd dat Szpunar ook in zijn conclusie in de zaak Trijber, ECLI:EU:C:2015:505, punt 69, suggereerde om de in aantal beperkte exploitatievergunningen voor rondvaartboten aan te merken als natuurlijk schaarse vergunningen in de zin van artikel 12, terwijl het Hof van Justitie de geldigheidsduur van deze vergunningen beoordeelde op grond van artikel 11, eerste lid, onder b, van de richtlijn, dat betrekking heeft op beleidsmatig schaarse vergunningen. Kortom, voor de afbakening tussen beide vormen van schaarste is de advocaat-generaal niet de meest betrouwbare bron (op veel andere punten trouwens wel). 50) Promoimpresa, punt 54. 51) Promoimpresa, punt 55. 52) HvJ EU 1 oktober 2015, C-340/14 en C-341/14, ECLI:EU:C:2015:641 (Trijber & Harmsen), punt 63. 53) Zie aldus al mijn conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 3.3 en 3.10. 54) Conclusie van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421, punt 3.14. 55) Zie zijn noot in AB 2016/320, punt 6, alsmede Wolswinkel 2018, par. 2.2.1. In Botman 2017 tref ik deze lezing van Promoimpresa niet aan. 56) Conclusie van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421, punt 3.10. 57) Appingedam, punt 112-115. 58) Zo ook Wolswinkel 2018, par. 2.1.1. 59) Aldus ABRvS in de verwijzingsuitspraak Trijber: ABRvS 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2488. 60) HvJ EU 23 december 2015, C-293/14, ECLI:EU:C:2015:843 (Hiebler), i.h.b. punt 53. Artikel 10, vierde lid, voorziet in de mogelijkheid om een dienstenvergunning territoriaal te beperken ‘om dwingende redenen van algemeen belang’, en is wat betreft beperkingsmogelijkheid dus vergelijkbaar met artikel 11, eerste lid, onder b, van de richtlijn. 61) Dat doet het Hof van Justitie ook in Ziegler, waarin de territoriale beperking in een vergunning voor de uitoefening van een dienstenactiviteit wordt beoordeeld in het licht van zowel artikel 10, vierde lid, als artikel 15, derde lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn. Zo onder meer het prejudiciële antwoord in de zaak. 62) Handboek, p. 10. 63) Appingedam, punt 90. 64) Dit tegen de achtergrond dat het vrij verkeer van diensten in artikel 57 VWEU wordt beschouwd als een ‘restvrijheid’, die van toepassing is op dienstverrichtingen, “voor zover de bepalingen betreffende het vrije verkeer van goederen, kapitaal en personen op deze dienstverrichtingen niet van toepassing zijn”. Vgl. Van den Berghe 2018, p. 21; Botman 2015, p. 168-173; Botman 2018, p. 9-10. 65) Appingedam, punt 92. 66) HvJ EU 26 mei 2005, C-20/03, ECLI:EU:C:2005:307 (Burmanjer), punt 33-35. 67) ABRvS 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:75. Zie over de verwijzingsuitspraak, alsmede de verwijzing naar Burmanjer, H.A.J. Gierveld, Jurisprudentie Afdeling bestuursrechtspraak over het (niet) van toepassing zijn van de Dienstenrichtlijn bij ruimtelijke besluiten, TO 2018/1, p. 23-31, in het bijzonder p. 29-30. 68) Aldus ook Van den Berghe 2018, p. 21, Van de Gronden 2018, p. 455. 69) Botman 2018, p. 11; Wolswinkel 2018, par. 4.2. 70) Appingedam, punt 121. 71) Appingedam, punt 123. Hierover ook Van de Gronden 2018, p. 454. 72) HvJ EU 15 november 2016, C-268/15, ECLI:EU:C:2016:874 (Ullens de Schooten). Zie voor deze uitleg ook de noten van Botman en Fierstra in AB 2017/338, respectievelijk SEW 2017/85, afl. 5, p. 220, alsmede Wolswinkel 2018, par. 2.2.1. 73) Appingedam, punt 92. 74) Botman 2015, p. 166-174; Botman 2018, p. 9-10. 75) Zaak C-55/93, ECLI:EU:C:1994:363 (Van Schaik). 76) Zaak C-451/99, ECLI:EU:C:2002:195 (Cura Anlagen); zaak C-9/11, ECLI:EU:C:2011:658 (Waypoint Aviation), r.o. 20. 77) Zaak C-137/09, ECLI:EU:C:2010:774 (Josemans), r.o. 49. 78) Zaak C-20/03, ECLI:EU:C:2005:307 (Burmanjer). 79) Dit blijkt behalve uit de hierna genoemde zaak Commissie/Italië en de zaak Almelo, waarnaar het Hof in die zaak verwijst, bijvoorbeeld ook uit HvJ EU 13 maart 2001, C-379/98, ECLI:EU:C:2001:160 (PreussenElektra), waarin het Hof een nationale regeling die een energieonderneming verplicht om tegen minimumprijzen elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen af te nemen, toetst in het kader van thans artikel 36 VWEU. 80) HvJ EU 23 oktober 1997, C-158/94, ECLI:EU:C:1997:500 (Commissie/Italië). 81) Commissie/Italië, punt 17. 82) Commissie/Italië, punt 18. 83) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 6.1 en 6.2. 84) Zie voor het navolgende conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 3.5 en 3.7. 85) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 3.14. 86) Vgl. ook Wolswinkel 2018, par. 2.2.2. 87) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 3.14. 88) Wolswinkel 2018, par. 3.4. 89) HvJ EU 1 juli 2010, C-570/07 en C-571/07, ECLI:EU:C:2010:300 (Blanco Pérez). 90) HvJ EU 13 april 2010, C-73/08, ECLI:EU:C:2010:181 (Bressol). 91) ABRvS 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:726 (Bestemmingsplan Hof van Twente). Zie voor vergelijkbare overwegingen ten aanzien van een provinciale ruimtelijke verordening, ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2332 (Havenbedrijf), en ten aanzien van een milieuvergunning, ABRvS 18 mei 2011, ECLI:L:RVS:2011:BQ4924 (ENCI). 92) Hierover uitvoerig Wolswinkel 2017. 93) ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 (Speelautomatenhal Vlaardingen), onder verwijzing naar mijn conclusie van 26 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1421. 94) ABRvS 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:661 (Rotterdam). 95) ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2443 (Utrechtse Heuvelrug). 96) ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611 (Helmond), punt 8. 97) ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2336 (Emmen), overweging 6.2; ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611 (Helmond), punt 11.1. 98) CBb 8 januari 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BL3125 (Albert Heijn). Vergelijk de conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 4.6 en 6.6. 99) CBb 19 december 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BC2467 (Lanaut). Vergelijk de conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 4.10 en 6.6. 100) ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611 (Helmond), punt 7.1. 101) Van Ommeren e.a., 2011, p. 19. Vgl. de conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 2.5. 102) Zie voor de standplaatsvergunning, ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:994 (Utrechtse Heuvelrug). Deze vergunning valt, gelet op Appingedam, thans onder de Dienstenrichtlijn. 103) ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:994 (Utrechtse Heuvelrug). 104) Utrechtse Heuvelrug, punt 5.4. 105) ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:86 (bekostiging Wvo). 106) ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611 (Helmond). 107) ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2332 (Havenbedrijf). 108) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 6.18. 109) HR 14 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD5725 (Harmonisatiewet). 110) Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 8. 111) Vgl. ook Wolswinkel 2017. 112) Zie aldus ook mijn conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 7.6. 113) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 6.18, met verwijzingen. 114) ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:994 (Utrechtse Heuvelrug), punt 5.4. Zie punt 3.25 van deze conclusie. 115) ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2332 (Havenbedrijf). 116) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 6.18. 117) CBb 3 juni 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI6466 (Swiss Leisure Group/Hommerson); ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611 (Helmond), punt 9.1. 118) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 2.5 en 3.4. 119) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 2.5, onder verwijzing naar ABRvS 4 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2263. 120) Conclusie Wheermolen 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557, punt 8.7. 121) Wolswinkel 2018, par . 3.4; Langer 2018, p. 3. 122) De beheersverordening, die de gemeenteraad kan vaststellen in plaats van een bestemmingsplan voor delen van de gemeente waarvoor geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien, laat ik weg omdat zij voor de conclusie niet relevant is. Overigens geldt alles wat hierna wordt gezegd over het bestemmingsplan mutatis mutandis voor de beheersverordening. 123) Art. 2.1, 2.2 en 2.3 Wro. 124) Art. 3.1 Wro. 125) Art. 3.1 Wro. 126) Art. 3.6 Wro. 127) De Kroon heeft dezelfde regelgevende bevoegdheden als provinciale staten, zij het dat hij zijn bevoegdheden kan aanwenden indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken (art. 4.3 Wro). Hiervan is gebruik gemaakt bij het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. 128) Art. 4.1, eerste en tweede lid, Wro. In de verordening kan een andere termijn worden gesteld. 129) Art. 4.1a Wro. 130) Art. 4.1, derde lid, Wro. 131) Art. 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, Wabo. 132) Art. 3.9, eerste en tweede lid, Wabo. 133) Art. 3.9, derde lid, jo. par. 4.1.3.3 Awb. 134) ABRvS 26 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU1640. Kamerstukken II, 2008/09, 31 953, nr. 3, p. 47. Voor zover nodig voor een goed begrip van de conclusie zal waar uitsluitend gebruik in enge zin is bedoeld dat worden aangegeven. 135) Art. 2.12 Wabo. 136) Art. 3.12, achtste lid, Wabo. 137) Art. 2.10, tweede lid, Wabo. 138) Zie ook Kamerstukken II, 2008/09, 31 953, nr. 3, p. 47. 139) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 7.4. 140) Aldus ook Wolswinkel 2018, p. [14], alsmede zijn noot onder Speelautomatenhal Vlaardingen in AB 2016/426. 141) Zie vooral ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2332 (Havenbedrijf), die nader wordt besproken in punt 4.7. 142) Vgl. de conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 6.2. 143) Een wijzigingsplan kan in heel bijzondere omstandigheden wel een schaars recht toekennen, namelijk als met behulp ervan een herverdeling van milieugebruiksruimte plaatsvindt. Zie punt 4.12 en 4.17. 144) Struiksma & Dieperink 2011, p. 115. Zie ook Drahmann 2017, p. 4. 145) Struiksma & Dieperink 2011, p. 121. 146) Zie in dezelfde richting Drahmann 2015, p. 237-238, die erop wijst dat grondposities en het recht op zelfrealisatie de mogelijkheid beperkt om concurrentie in het omgevingsrecht te introduceren. 147) ABRvS 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1028 (Son en Breughel). 148) Met de kennis van nu (Appingedam) hadden de beperkingen in het plan, mits dit punt was aangevoerd, wel moeten worden getoetst aan artikel 15, derde lid, Dienstenrichtlijn. 149) Heijnsbroek 2017, p. 6-8. Zie voor een pleidooi om het mechanisme van openbare aanbesteding toe te passen bij grondverkoop, E.R. Manunza, Naar een consistent en doelmatige regeling van de markt voor overheidsopdrachten, Preadviezen voor de Vereniging voor Bouwrecht nr. 38, Den Haag: IBR 2010, p. 49. 150) Vgl. art. 2.25, eerste en tweede lid, Wabo. 151) Appingedam, punt 115. 152) In het bijzonder Drahmann 2015 en Drahmann 2017. 153) ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2332 (Havenbedrijf). 154) Zie aldus ook Drahmann 2017, p. 5-6. 155) ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611 (Helmond). 156) Aldus ook Wolswinkel in zijn noot onder de uitspraak in AB 2017/389. 157) ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY7991 (Alkmaar). Zie voor dit voorbeeld Drahmann 2017, p. 6-7. 158) ABRvS 7 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1495. 159) Drahmann 2017, p. 4. 160) Drahmann 2017 p. 5. 161) Drahmann 2017, p. 5. 162) Drahmann 2015, p. 249-252. 163) ABRvS 24 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO4872 (Hilvarenbeek). 164) Een dergelijke vrijstellingsmogelijkheid was voorzien in het functielimiteringssysteem in het bestemmingsplan Centrum Delft, dat wat betreft de verhouding tussen de functies bedrijven, detailhandel, dienstverlening, horeca, kantoren, maatschappelijke doeleinden en wonen ook flexibel was, en dat volgens de Afdeling in haar uitspraak van 12 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO9198, wel door de beugel kon. 165) Dat is niet mooi, maar ook niet verboden. Zie CBB 12 maart 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW0420 (zondagswinkel Heiloo), alsmede de conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 4.7 en 6.7. 166) ABRvS 31 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1447. 167) Dit kan worden afgeleid uit de toelichting op het plan. 168) Voor het gemak ga ik er hierna vanuit dat de aanvraag ook aan de bouwregels (hoogte, diepte et cetera) voldoet en dus geen vergunning voor gebruik in ruime zin wegens strijd met het plan nodig is. 169) ABRvS 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:237 (Papendrecht). 170) Drahmann 2015, p. 244-245. 171) ABRvS 4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:234 (Haarlemmermeer). 172) In de zaak Papendrecht was verzuimd de in het geluidverdeelplan genoemde mogelijkheid van wijziging van het geluidverdeelplan te regelen in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan van Haarlemmermeer was wel voorzien in een wijzigingsbevoegdheid die volgens de Afdeling door de beugel kon. 173) ABRvS 14 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7914. 174) Zie bijv. ABRvS 27 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ2679 (Fortuna Stadion). Vgl. Ook Sanderink in zijn noot onder Appingedam in JB 2018/60, punt 11. 175) ABRvS 10 juni 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI7245 (De Marne). 176) Aldus ook Drahmann 2017, p. 5. 177) Zie o.a. ABRvS 1 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7032. 178) Zoals gesuggereerd door Drahmann 2017, p. 5. 179) Drahmann 2017, p. 5. 180) ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2331 (Havenbedrijf), punt 13.5. 181) Aldus ook de toelichting op artikel 2.23 Wabo, Kamerstukken II, 2011/12, 33 135, nr. 3, p. 37. 182) Kamerstukken II, 2011/12, 33 135, nr. 3, p. 36. 183) Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 8. 184) Zie nader de conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 6.5. 185) ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611 (Helmond), punt 10.4. 186) ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611 (Helmond), punt 11.1. 187) Zie voor een nadere uitwerking, de conclusie in Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 6.5. 188) Conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 6.7, onder verwijzing naar ABRvS 9 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:661 (JVH). 189) ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2331 (Havenbedrijf). 190) Richtlijn 2009/72/EG, betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG, Pb EU 2009, L 211/55. 191) Ik laat dit punt in het midden, omdat het voor deze conclusie, die gaat over de vraag of omgevingsvergunning een schaars recht kan toedelen, niet relevant is. Het punt was daarom ook niet aan de orde tijdens de zitting van 9 april 2018, die uitsluitend betrekking had op die vraag. 192) Kamerstukken II 2010-2011, 32 814, nr. 3, p. 57 (transponeringstabellen). 193) Zie voor deze eisen, onder veel meer S. Prechal, De emancipatie van het ‘algemeen transparantiebeginsel’, SEW 2008/145, p. 316-322, en A.W.G.J. Buijze, The Principle of Transparency in EU Law, ’s-Hertogenbosch: Boxpress 2013. Een samenvatting van hun opvattingen is te vinden in de conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen, punt 5.4 (Prechal) en 5.5 (Buijze). 194) Ook deze kwestie was tijdens de zitting op 9 april 2018, waarbij ik aanwezig was, niet aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0675daf133a1c8095f8b32bc77c2f09b4776bfa82b76fec34e10bcd1e36536ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0675daf133a1c8095f8b32bc77c2f09b4776bfa82b76fec34e10bcd1e36536ad, en de alinea staat in dat document op bytes 294494 tot 318889.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0675daf133a1c8095f8b32bc77c2f09b4776bfa82b76fec34e10bcd1e36536ad | shasum -a 256