Citaat | Raad van State 6 juni 2018

Alinea 9 Raad van State 6 juni 2018

Een alinea uit Raad van State 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1847.

1.12 Omdat de capaciteit van het Windpark Zeewolde in totaal tussen de 300 en 400 MW bedraagt, is op grond van artikel 9b, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998, de rijkscoördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing op de besluitvorming voor dit project. Dat betekent dat de besluiten die nodig zijn gezamenlijk worden voorbereid, waarbij deze procedure wordt gecoördineerd door de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK). De gecoördineerd tot stand gekomen besluiten betreffen het RIP, de omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen, het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan en het oprichten en inwerking hebben van een inrichting, de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming en de vergunning op grond van de Waterwet en de keur. 1.13 Het RIP voorziet in de oprichting van een windturbinepark met 91 windturbines en de sanering van 221 bestaande windturbines. Op de verbeelding bij het plan zijn 91 bouwvlakken opgenomen waaraan de bestemming "Bedrijf - Windturbinepark" is toegekend. Per bouwvlak mag één windturbine worden gebouwd. De saneringsregeling is opgenomen in een voorwaardelijke verplichting en een gebruiksverbod. De aanvrager van een omgevingsvergunning bouwen dient bij de aanvraag aan te tonen dat de windturbines die op een bijlage bij de planregels zijn opgenomen op een bepaalde datum zijn verwijderd. Wordt voor de genoemde data niet voldaan aan de saneringsverplichting, dan volgt uit het specifieke gebruiksverbod dat bepaalde windturbines niet in gebruik mogen zijn. De van belang zijnde planregels luiden als volgt: Artikel 5.2: a. op deze gronden (zie noot 3) geldt dat omgevingsvergunning voor het bouwen van een windturbine uitsluitend wordt verleend indien de aanvrager bij zijn aanvraag aantoont dat de windturbines die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze planregels op de in deze bijlage genoemde datum zijn verwijderd; […] d. er mag maximaal 1 windturbine per bouwvlak gebouwd worden. […] 5.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van deze gronden gelden de volgende regels: a. het in gebruik nemen en houden van windturbines, na ommekomst van de in bijlage I opgenomen datum voor sanering is toegestaan, tenzij: 1. minimaal één windturbine niet conform bijlage I is verwijderd, waarna turbine RDT-13 moet worden stilgezet tot het moment waarop voornoemde windturbine conform bijlage I is verwijderd; 2. minimaal zeven windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna in aanvulling op het voorgaande ook turbine RDT-12 moet worden stilgezet tot het moment waarop minder dan zeven windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd; 3. minimaal dertien windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna in aanvulling op het voorgaande ook turbine RDT-11 moet worden stilgezet tot het moment waarop minder dan dertien windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd; 4. minimaal negentien windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna in aanvulling op het voorgaande ook turbine RDT-10 moet worden stilgezet tot het moment waarop minder dan negentien windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd; 5. minimaal vijfentwintig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna in aanvulling op het voorgaande ook turbine RDT-09 moet worden stilgezet tot het moment waarop minder dan vijfentwintig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd; 6. minimaal eenendertig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna in aanvulling op het voorgaande ook turbine RDT-08 moet worden stilgezet tot het moment waarop minder dan eenendertig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd; 7. minimaal zevendertig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna in aanvulling op het voorgaande ook turbine RDT-07 moet worden stilgezet tot het moment waarop minder dan eenendertig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd; 8. minimaal drieënveertig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna in aanvulling op het voorgaande ook turbine RDT-06 moet worden stilgezet tot het moment waarop minder dan drieënveertig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd; 9. minimaal negenveertig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna in aanvulling op het voorgaande ook turbine RDT-05 moet worden stilgezet tot het moment waarop minder dan negenveertig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd; 10. minimaal vijfenvijftig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd, waarna alle nieuwe windturbines moeten worden stilgezet tot het moment waarop minder dan vijfenvijftig windturbines niet conform bijlage I zijn verwijderd. b. alvorens het windpark voor energieproductie in gebruik te nemen en te houden, dient de obstakelverlichting op de turbines gerealiseerd te zijn conform een door Inspectie Leefomgeving en Transport goedgekeurd verlichtingsplan. 1.14 De omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen, oprichten en in werking hebben van Windpark Zeewolde. De omgevingsvergunning heeft betrekking op de activiteiten bouwen, het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan (zie noot 4) en het oprichten en in werking hebben van een inrichting. De vergunning is overeenkomstig de aanvraag verleend voor een periode van 25 jaar na ingebruikname van het gehele windpark. 1.15 De vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is verleend voor de oprichting van 91 windturbines en de sanering van 221 windturbines. Aan deze vergunning zijn, voor zover (mogelijk) relevant voor deze conclusie, de volgende voorschriften verbonden. 13. Tijdens de uitvoeringsperiode mogen er in maximaal 5 jaar meer windturbines (maximaal 304) staan, als in de bestaande situatie (221 windturbines) in het plangebied van het windpark. 14. Er dienen minimaal 186 windturbines gefaseerd gesaneerd te zijn op uiterlijk 31 december 2026. 22. De aanleg van het windpark dient gereed te zijn op 31-12-2024. Op deze vergunning is de rijkscoördinatieregeling van toepassing. Voor de duur van de vergunning sluiten wij aan bij de omgevingsvergunning. De exploitatie- en beheerfase van deze vergunning is daarom 25 jaar vanaf het moment dat de aanleg gereed is. 1.16 De vergunning op grond van de Waterwet en de keur is verleend voor de realisering van het windpark. Aan deze vergunning zijn onder meer de volgende voorschriften verbonden. De realisatie van de windturbines en de hierbij behorende werken en werkzaamheden dienen te zijn voltooid binnen zes jaar na het onherroepelijk worden van deze vergunning. Ten aanzien van de exploitatiefase van het windpark de vergunning te verlenen voor een periode van 25 jaar, gerekend vanaf het in exploitatie nemen van de laatst gerealiseerde windturbine. De vergunninghoud(st)er dient ten minste twee jaar voor beëindiging van de exploitatie van de windturbines een aanvraag watervergunning voor het slopen van de windturbines in te dienen bij het waterschap. De beroepen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0675daf133a1c8095f8b32bc77c2f09b4776bfa82b76fec34e10bcd1e36536ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0675daf133a1c8095f8b32bc77c2f09b4776bfa82b76fec34e10bcd1e36536ad, en de alinea staat in dat document op bytes 17146 tot 24234.