Citaat | Raad van State 13 juni 2018

Alinea 47 Raad van State 13 juni 2018

Een alinea uit Raad van State 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1968.

7.2. [appellant A] en [appellant B] hebben in hun brief van 14 augustus 2017 aan het college verwezen naar de inhoud van het hoger beroepschrift, dat is gericht tegen de uitspraak van de rechtbank over het besluit van 13 december 2016. Zij betogen daarmee dat de gestelde omstandigheden die volgens hen maken dat het college niet in redelijkheid handhavend heeft kunnen optreden, ook maken dat het college niet in redelijkheid tot invordering heeft kunnen besluiten. De gronden die [appellant A] en [appellant B] in het kader van het beroep tegen het besluit van 4 juli 2017 naar voren brengen, zijn dus dezelfde gronden die zich richten tegen de rechtmatigheid van de opgelegde last onder dwangsom. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 4 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:648), kunnen bezwaren die betrekking hebben op de rechtmatigheid van het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom niet meer aan de orde komen in het kader van de toetsing van de invorderingsbeschikking. Dit is slechts onder zeer bijzondere omstandigheden anders. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat van zulke bijzondere omstandigheden sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a638fcd9597a9527dec608da9c8fe33d8219bb378c700cd01015db2fd903ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a638fcd9597a9527dec608da9c8fe33d8219bb378c700cd01015db2fd903ca, en de alinea staat in dat document op bytes 15860 tot 17056.