Citaat | Raad van State 27 juni 2018
Alinea 39 Raad van State 27 juni 2018
Een alinea uit Raad van State 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2115.
7.2. De Afdeling ziet aanleiding eerst de vraag te beantwoorden wanneer door een toezichthouder de cautie moet worden gegeven en welk gevolg door de bestuursrechter moet worden verbonden aan het feit dat de cautie ten onrechte achterwege is gebleven. Uit artikel 5:10a van de Awb volgt dat de cautieplicht bestaat wanneer naar objectieve maatstaven door een redelijk waarnemer kan worden vastgesteld dat de betrokkene wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van een bestraffende sanctie. Blijft in een zodanig geval de cautie ten onrechte achterwege, dan kan de verklaring van de betrokkene in de regel niet worden gebruikt als bewijs voor de feiten die aan de sanctie ten grondslag zijn gelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcee18c037a0e102ab90296e15b6e59b005b42ed6f4c90fce4562aaaef4e7584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcee18c037a0e102ab90296e15b6e59b005b42ed6f4c90fce4562aaaef4e7584, en de alinea staat in dat document op bytes 17713 tot 18438.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcee18c037a0e102ab90296e15b6e59b005b42ed6f4c90fce4562aaaef4e7584 | shasum -a 256