Citaat | Raad van State 27 juni 2018

Alinea 24 Raad van State 27 juni 2018

Een alinea uit Raad van State 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2116.

2. De rechtbank heeft de stelling van [appellant] dat de tijdens de tweede doorzoeking aangetroffen drugs bestaan uit restanten die de politie tijdens de eerste doorzoeking al had aangetroffen maar niet had meegenomen, niet aannemelijk geacht. Daarbij heeft zij in aanmerking genomen dat de hoeveelheid drugs die tijdens de tweede doorzoeking is aangetroffen groter is dan de hoeveelheid drugs die tijdens de eerste doorzoeking is aangetroffen. De rechtbank ziet voorts geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de politie dat de zolder van de woning tijdens de eerste doorzoeking zeer grondig is doorzocht en dat alle aangetroffen hennep in beslag is genomen. Ten aanzien van de door [appellant] overgelegde verklaring van [persoon], heeft de rechtbank overwogen dat deze verklaring geen afbreuk kan doen aan de rechtmatigheid van het besluit omdat deze verklaring ten tijde van de besluitvorming niet bekend was bij de burgemeester. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat de burgemeester bevoegd was om tot sluiting van de woning over te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7c022497e352bad2626bdb7799760982368743eae9d412f1f7fb47c456bfb64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7c022497e352bad2626bdb7799760982368743eae9d412f1f7fb47c456bfb64, en de alinea staat in dat document op bytes 6655 tot 7749.