Citaat | Raad van State 4 juli 2018

Alinea 39 Raad van State 4 juli 2018

Een alinea uit Raad van State 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2209.

7. [appellante A] en anderen betogen voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de Kamer zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat zij niet bevoegd is een van rechtswege verlengde huurovereenkomst te toetsen aan de eisen van doelmatige bevissing. Zij voeren hiertoe aan dat nergens is bepaald dat de Kamer een van rechtswege te verlengen huurovereenkomst niet aan een doelmatigheidstoets mag onderwerpen. Dat de Kamer in die gevallen een dergelijke bevoegdheid niet zou hebben is bovendien onwaarschijnlijk en onverenigbaar met haar wettelijke toezichthoudende taak. Dat zou immers betekenen dat de Kamer haar kerntaak, en de enige taak die zij heeft, niet zou kunnen uitoefenen ten aanzien van de belangrijkste en meest verstrekkende vorm van visrechtuitgifte, zelfs niet wanneer de omstandigheden sterk zijn gewijzigd. Voorts is het evenmin de bedoeling van de wetgever geweest om de Kamer de bevoegdheid te ontzeggen om een huurovereenkomst te toetsen aan de eisen van een doelmatige bevissing indien die huurovereenkomst van rechtswege is verlengd. Zij verwijzen hiertoe naar de totstandkomingsgeschiedenis van de Visserijwet 1963. Het wettelijk continuatierecht is per 1 september 1999 ingevoerd, maar dit verlengingsrecht is al sinds 1952 door de wetgever overwogen. Steeds is daarbij echter de mogelijkheid van een doelmatigheidstoetsing of verzekering van belangen van derden open gehouden. De gestelde onbevoegdheid is ook niet te rijmen met de positie die in de wettelijke systematiek is toegekend aan de positie van derde belanghebbenden. Het zou betekenen dat de Kamer geen toepassing kan geven aan artikel 29, tweede lid, van de Visserijwet 1963. De gestelde onbevoegdheid impliceert verder dat de Kamer niet kan toetsen of de aanzienlijke groeiontwikkeling van de sportvisserij inmiddels leidt tot een onaanvaardbaar gebruik van de verhuurde viswateren respectievelijk tot een aantasting van het met het continuatierecht beoogde "visserijbelang". Zij verwijzen hiertoe naar het rapport van IMARES nr. C199/15 "Toestand vis en visserij, Zoete Rijkswateren 2015", waarin staat dat de recreatieve onttrekking van de onderzochte schubvissoorten baars, snoekbaars, voorn en brasem of kolblei in de onderzoeksperiode 2012-2013 is verdubbeld tot verviervoudigd ten opzichte van de onderzoeksperiode 2010-2011. De gestelde onbevoegdheid is voorts in strijd met de Europeesrechtelijke regelgeving omtrent de waterkwaliteit. Die regelgeving voorziet erin dat periodiek, iedere 6 jaar, de waterkwaliteit moet worden onderzocht en dat tevens bepaalde milieukwaliteitseisen moeten zijn behaald. Onder meer moet worden onderzocht wat de ecologische kwaliteit van het water is, daaronder wordt tevens begrepen de visfauna, aldus [appellante A] en anderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb95cbb9cfb4e7b4a8198b6c57215ad2e8d4cd23a6b4e8716e89f9d3c45d69fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb95cbb9cfb4e7b4a8198b6c57215ad2e8d4cd23a6b4e8716e89f9d3c45d69fc, en de alinea staat in dat document op bytes 13769 tot 16562.