Citaat | Raad van State 4 juli 2018

Alinea 33 Raad van State 4 juli 2018

Een alinea uit Raad van State 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2218.

3. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het zijn weigering om handhavend op te treden tegen de particuliere bewoning van de panden bij zijn besluiten van 29 januari 2016 onvoldoende heeft gemotiveerd. Volgens het college zijn er bijzondere omstandigheden aanwezig op grond waarvan kon worden afgezien van handhaving. Daarbij wijst het college erop dat de ruimtelijke uitstraling van de panden sinds [belanghebbende A], [belanghebbende C] en [belanghebbende E] daar in 1985, 1976 respectievelijk 1968 zijn komen wonen, niet is veranderd. Daarnaast stelt het dat de rechtbank ten onrechte geen betekenis heeft toegekend aan de omstandigheid dat het college met de bewoners van de panden afspraken heeft gemaakt dat als zij de panden verlaten, deze uitsluitend als bedrijfswoning mogen worden gebruikt. Volgens het college maken deze afspraken dat de waarde in het economische verkeer van de panden zeer gering is. Ook wijst het erop dat Mayhill geen belang heeft bij het beëindigen van de particuliere bewoning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be64b3481dd412561971067c653eb490eb4f79bbaf8db1ba35bf3e494ff7988e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be64b3481dd412561971067c653eb490eb4f79bbaf8db1ba35bf3e494ff7988e, en de alinea staat in dat document op bytes 10418 tot 11480.