Citaat | Raad van State 4 juli 2018

Alinea 59 Raad van State 4 juli 2018

Een alinea uit Raad van State 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2240.

De Afdeling begrijpt dit betoog aldus, dat [appellant sub 3] en anderen en [appellant sub 4] vinden dat naar aanleiding van opmerkingen door bedoelde commissie de voorbereiding van de plannen Eindhoven en Best weer terug zou moeten vallen op een eerdere fase van de gevolgde procedure. Daargelaten dat [appellant sub 3] en anderen en [appellant sub 4] volstaan met een enkele stelling en niet nader onderbouwen waar zij in wet- en regelgeving aanknopingspunten zien voor dit standpunt, stelt de Afdeling het volgende vast betreffende de feitelijke procedure van deze plannen. Uit de stukken, waaronder de plantoelichting, blijkt dat naar aanleiding van de opmerkingen van bedoelde commissie vóórdat de ontwerpplannen Eindhoven en Best ter inzage zijn gelegd, aanvullende rapporten zijn opgesteld en een aanvullende MER is opgesteld. Deze stukken zijn aan de plannen ten grondslag gelegd en er is bezien of de plannen naar aanleiding daarvan moeten worden aangepast. Dit is niet noodzakelijk geacht. De aanvulling van de MER is tevens vóór de terinzagelegging van de ontwerpplannen opnieuw aan de commissie voorgelegd ter advisering; daarop is een positief advies gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a14a36fb9c0a5c68e7ccf227ecdcd5aa35fbec90cbb8d02a1599acf618495578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a14a36fb9c0a5c68e7ccf227ecdcd5aa35fbec90cbb8d02a1599acf618495578, en de alinea staat in dat document op bytes 17267 tot 18462.