Citaat | Raad van State 4 juli 2018

Alinea 25 Raad van State 4 juli 2018

Een alinea uit Raad van State 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2241.

2.1. [appellant A] en [appellant B] zijn het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en zijn daartegen in hoger beroep gekomen. Zij betogen dat de rechtbank er ten onrechte van is uitgegaan dat een verhuurder altijd verantwoordelijk kan worden gehouden voor de acties van een huurder. In dit geval kan hen als verhuurders geen enkel verwijt worden gemaakt. De huurder was een persoon die al jaren in Baarle-Nassau woonde en niet eerder in aanraking met de politie is geweest. Ze hebben een schriftelijk huurcontract met hem afgesloten en ontvingen de huur voor dit pand, die erg laag was, via de bank. Zij brachten regelmatig bezoeken aan het pand en hebben daarbij nooit iets verdachts opgemerkt. [appellant A] en [appellant B] wijzen erop dat de cocaïne is aangetroffen in een tas. Een ieder had die tas naar binnen kunnen brengen, omdat het pand vrij toegankelijk was. Zij hadden de drugs zelf niet kunnen ontdekken, omdat het hun niet vrij stond om de persoonlijke bezittingen van een ander te doorzoeken. Bovendien ging het hier om een drugsdeal die was uitgelokt door Spaanse undercoveragenten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260, en de alinea staat in dat document op bytes 7761 tot 8885.