Citaat | Raad van State 4 juli 2018

Alinea 26 Raad van State 4 juli 2018

Een alinea uit Raad van State 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2241.

2.2. [appellant A] en [appellant B] betogen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de sluiting niet kan worden aangemerkt als een straf. Zij ervaren de sluiting wel als een straf, omdat zij het pand hierdoor een jaar lang niet hebben kunnen verhuren en hun goede naam is aangetast. Sluiting had ook gevolgen voor de bedrijfspanden [locatie 2] en [locatie 3], omdat deze bedrijfspanden afhankelijk zijn van de elektriciteitsvoorziening en de watervoorziening van het bedrijfspand [locatie 1]. Daarbij komt dat de sluiting niet noodzakelijk was, omdat zij de huurder reeds de toegang tot het pand hadden ontzegd. [appellant A] en [appellant B] voeren aan dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden, omdat een andere woning in Baarle-Nassau na de vondst van drugs maar voor drie maanden gesloten is geweest. Een koeienstal in Baarle-Nassau waarin drugsafval is aangetroffen, is volgens hen zelfs helemaal niet gesloten geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260, en de alinea staat in dat document op bytes 8905 tot 9866.