Citaat | Raad van State 4 juli 2018
Alinea 29 Raad van State 4 juli 2018
Een alinea uit Raad van State 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2241.
3. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet tot sluiting van het pand aan de [locatie 1] over te gaan. De in het pand aangetroffen hoeveelheid cocaïne is vele malen groter dan de hoeveelheid van 0,5 g die als een hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik kan worden aangemerkt. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat de aangetroffen drugs bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. [appellant A] en [appellant B] hebben dit uitgangspunt verder ook niet bestreden. De Afdeling verwijst hierbij naar haar vaste rechtspraak, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:738, waarin is geoordeeld dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 g harddrugs de aangetroffen hoeveelheid harddrugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Het is aan de rechthebbende op het pand om aannemelijk te maken dat de aangetroffen hoeveelheid harddrugs niet voor verkoop, verstrekking of aflevering aanwezig was. Indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt, is de burgemeester ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd om ten aanzien van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260, en de alinea staat in dat document op bytes 9999 tot 11271.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260 | shasum -a 256