Citaat | Raad van State 4 juli 2018
Alinea 33 Raad van State 4 juli 2018
Een alinea uit Raad van State 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2241.
4.2. [appellant A] en [appellant B] hebben op de zitting de feiten en omstandigheden rond de verhuur van het bedrijfspand [locatie 1] en hun relatie met de huurder van dit pand, [persoon], nader toegelicht. [appellant A] en [appellant B] hadden een garagebedrijf in Baarle-Nassau waar [persoon] als autospuiter werkte. Op een gegeven moment is [persoon] een eigen bedrijf begonnen. Hij huurde daartoe aanvankelijk een pand aan de Kapelstraat in Baarle-Nassau. Vanaf 1 april 2012 huurde hij het bedrijfspand [locatie 1] van [appellant A] en [appellant B], voor een huurprijs van € 750,00 per maand. Dit pand was meer geschikt voor de uitoefening van zijn bedrijf, omdat het beschikte over een spuitcabine. [appellant A] en [appellant B] vroegen een lage huur, omdat zij wisten dat [persoon] de huur niet goed kon betalen en zij hem kenden als een welwillende man. [appellant A] en [appellant B] gingen bij [persoon] langs als er sprake was van huurachterstand - wat met enige regelmaat voorkwam - en als zij hun garage bezochten die naast het door [persoon] gehuurde bedrijfspand zit. Dat was gemiddeld elke veertien dagen. Ter zitting hebben [appellant A] en [appellant B] voorts toegelicht dat de broer van [appellant A] in de woning op het naastgelegen perceel [locatie 4] woont, en dat deze broer vaak bij [persoon] langs ging. Volgens [appellant A] en [appellant B] is ook deze broer nooit iets bijzonders opgevallen. De burgemeester heeft de ter zitting gegeven nadere toelichting van de feiten en omstandigheden van [appellant A] en [appellant B] niet betwist en de Afdeling ziet in dit stadium ook geen reden om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Uit de processtukken en de ter zitting gegeven nadere toelichting van [appellant A] en [appellant B] volgt dat zij een goede relatie met de huurder hadden en regelmatig een bezoek aan het bedrijfspand brachten. Op deze manier informeerden zij zich actief over het gebruik dat [persoon] van het bedrijfspand maakte. Daarnaast is het aannemelijk dat de broer van [appellant A] hen zou informeren als hij onregelmatigheden in het bedrijfspand zou constateren. De Afdeling betwijfelt of [appellant A] en [appellant B] een verwijt van de overtreding van de Opiumwet kan worden gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260, en de alinea staat in dat document op bytes 12946 tot 15205.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b171bf578c9a610c6939eb5f8e4ab2919dfc5be69856b28a36ceca1fb63a6260 | shasum -a 256